Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Posts Tagged ‘associatieakkoord’

“Blijf de basiswaarden van de EU verdedigen”

Annuschka Vandewalle

Algemeen Secretaris van FOS-Socialistische Solidariteit, Annuschka Vandewalle, schreef een brief aan Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken met de vraag om de humanitaire waarden te verdedigen. Het FOS is niet te spreken over de recente uitlating van de minister Schwarzenberg die als spreekbuis van de EU het internationaal en humanitair recht overboord gooit.

(meer…)

Europese Commissie stelt opwaardering relaties met Israël uit

Eindelijk een eerste bescheiden succesje. Europees Commissaris Waldner vertelde in het Europees Parlement dat de geplande ‘upgrade’ met Israël opgeborgen wordt. Maar het gaat slechts om een pauze en er wordt benadrukt dat het niet om een sanctie gaat. Er is dus nog heel wat waakzaamheid geboden om te vermijden dat de upgrade later niet sluiks wordt doorgevoerd. Bovendien vraagt de internationale civiele samenleving veel meer, namelijk minstens een duidelijke opschorting van de associatie-akkoorden.

(meer…)

ABVV, SP.A en FOS veroordelen Israëlische aanval

Hier een gezamenlijk standpunt van het ABVV, SP.A en FOS-Socialistische Solidariteit. Heel belangrijk: er wordt de opschorting gevraagd van het EU-associatieakkoord met Israël! (meer…)

Hoe de Europese Unie haar geloofwaardigheid verspeelde in het Israëlisch-Palestijnse conflict

door Bilal Benyaich

Bilal Benyaich hekelt de pro-Israëlische handelspolitiek van Europa. Bilal Benyaich is politoloog en schrijft een boek over het Europese buitenlandse beleid ten opzichte van het Israëlisch-Palestijnse conflict sinds 1948.

Israël reageert afwijzend op de oproepen van de internationale gemeenschap voor een staakt-het-vuren. Onder meer Frans buitenlandminister Kouchner had ter zake een voorstel gelanceerd. Maar volgens Bilal Benyaich ontbreekt het Europa vooral aan wil om in te grijpen: ‘Er is een kloof tussen de mogelijkheden die de EU voorhanden heeft en de bedroevende afwezigheid van de wil om die ook consequent te benutten.’

De Israëlische oorlog tegen de Palestijnen in de Gazastrook heeft weinig reactie, laat staan actie, uitgelokt in Europese beleidskringen. Op een oproep van Sarkozy tot een wapenstilstand van 48 uur na. Nochtans is de EU de grootste handelspartner van Israël en veruit de grootste donor van de Palestijnse Autoriteit. Wat zijn de wortels van onze bijna afwezigheid in het Israëlisch-Palestijnse conflict?

De Europese Gemeenschap erkent sinds de Verklaring van Venetië van 13 juni 1980 het Palestijnse recht op zelfbeschikking, maar is altijd blijven zitten met een politiek deficit in de regio. Hier zijn drie oorzaken voor. Ten eerste is dit te wijten aan de dominante Amerikaanse rol in de regio. Ten tweede kampt de EU met institutionele onvolmaaktheden waardoor ze op cruciale momenten niet met één stem kan spreken. Ten derde is er een kloof tussen de mogelijkheden die de EU voorhanden heeft en de bedroevende afwezigheid van de wil om deze ook consequent te benutten. Laten we ons beperken tot dat laatste.

Het sterkste wapen waar de EU over beschikt – wat haar onderscheidt van andere internationale actoren – is haar economische macht. Binnen het Euromediterraan Partnerschap waar Israël en de Palestijnse Autoriteit deel van uitmaken, hanteert de EU in theorie een zogenaamd politiek conditionaliteitsbeleid. Dit houdt in dat op voorwaarde van het respecteren van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat de EU een economische en politieke associatie aangaat, of behoudt, met de oeverstaten van de Middellandse Zee. De associatieakkoorden kunnen bij het schenden van dit mensenrechtenprincipe (artikel 2) of in geval van special urgency (artikel 79) geschorst worden. Deze contractuele relaties vormen met andere woorden een belangrijke wortel en stok – beloning en straf – van de EU in haar betrekkingen met de mediterrane landen.
Naar aanleiding van de bloedige invallen van Sharon in de bezette Palestijnse gebieden, én de illegale export van producten vervaardigd in de bezette gebieden onder Israëlisch oorsprongscertificaat, riep het Europees Parlement in 2002 de Europese Raad op om het associatieakkoord met Israël op te schorten. Een primeur. Toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, schaarde zich achter de oproep, maar de Europese Raad van regeringsleiders reageerde in verdeelde slagorde, volgens de eigen nationale belangen en overtuigingen. Israël kwam er zonder kleerscheuren van af, wat feitelijk neerkwam op… een pro-Israëlische bias.

Deze pro-Israëlische houding werd vervolgens met de komst van het Europees Nabuurschapsbeleid wel erg uitgesproken. Het EU-Israël-actieplan dat in december 2004 in Brussel opgesteld werd, bevatte geen enkele oproep tot het beëindigen van de bezetting en het buitensporige geweld. Israël was erin geslaagd om de economische van de politieke relaties te scheiden. Het actieplan met de Palestijnse Autoriteit daarentegen bevatte een duidelijke opdracht om “the fight against and prevention of terrorism” onverwijld te vervullen.

Politiek failliet

Op 21 januari 2006 zou Hamas een klinkende verkiezingsoverwinning behalen. Niet omdat de politieke islam de harten van de Palestijnen had veroverd, maar dankzij het unilateralisme van Israël en het opportunisme en de corruptie van Fatah. De afwijzende Europese reactie op deze electorale overwinning van Hamas zou het politieke deficit in een politiek failliet transformeren. In samenspraak met Israël en de VS schotelden de Europeanen Hamas de drie alombekende voorwaarden voor (erkenning van Israël, respect voor de door de PLO aangegane akkoorden en het afzweren van geweld). Het was te nemen of te laten.
Alsof de erkenning van (een) Israël niet eerder de uitkomst zou moeten zijn van een vredesproces eerder dan een voorwaarde ervoor. Het land heeft immers geen internationaal erkende grenzen. Bovendien had menig jurist en politoloog gesteld dat Hamas Israël impliciet had erkend door aan Palestijnse verkiezingen deel te nemen. Deze grepen immers plaats binnen de door het Osloproces uitgetekende gebieden en erkenden dus de facto het Israël van voor 1967.

Ondertussen had Fatah geweigerd om in een eenheidsregering te stappen. Hamas stelde op 29 maart 2006 de nieuwe Palestijnse regering voor: 18 van de 24 regeringsleden waren Hamaspartizanen, 6 waren (onafhankelijke) technocraten, waaronder één christen. “The Palestinian people have opted for this government, so they will have to bear the consequences”, aldus een dreigende Ben Bot. Niet veel later zou het Kwartet (VS, EU, VN en Rusland) een totale boycot afkondigen van de Palestijnse gebieden en de democratisch verkozen regering. Benita Ferrero Waldner, Eurocommissaris voor Externe Betrekkingen en het Europees Nabuurschapsbeleid, wond er geen doekjes om: de EU hoopte dat Hamas de schuld zou krijgen voor de dramatische politieke, sociale en economische toestand die resulteerde uit de boycot. Wat niet gebeurde, integendeel.

De boycot stortte de bezette Palestijnse gebieden in de grootste humanitaire crisis sinds 1948. Er werd dan maar besloten een Tijdelijk Internationaal Mechanisme uit te werken om de humanitaire crisis ‘af te lijnen’. De verliezer van de verkiezingen, Mahmoud Abbas, werd our man en werd financieel gesteund. Dit polariseerde de twee politieke families en leidde tot een ware burgeroorlog waar het Kwartet de oorzaak van was.

Dankzij bemiddeling van de Saoedi’s konden de twee politieke families toch boven zichzelf uitstijgen en werd in maart 2007 het Mekka-akkoord ondertekend. De eenheidsregering die in de steigers stond, werd geboycot door het Kwartet. Dit leidde weerom tot intra-Palestijns geweld en tot de politieke opdeling van de Palestijnse gebieden: Gaza onder Hamasadministratie bleef hermetisch afgesloten van de buitenwereld en het Fatahbewind op de Westelijke Jordaanoever werd voluit gesteund door het Westen.
De normatieve ster van de EU is een vallende, uitdovende ster geworden. Het versterken van het associatieakkoord met Israël op 16 juni 2008, met unanimiteit van stemmen (!), heeft de geloofwaardigheid van de EU sterk aangetast. Hiermee gaf de EU Israël immers carte blanche voor al haar koloniale en andere avonturen met het argument dat het opschorten van het associatieakkoord de Israëli’s helemaal zou verwijderen uit de invloedssfeer van de EU. Dit is een drogreden, als je weet dat Israël de grootste waarde hecht aan dit associatieakkoord omdat de EU haar grootste handelspartner is (de export van Israël naar de EU bedraagt 32%, de import vanuit de EU bedraagt 40%, 2005).

Door de wortel inconsequent en de stok nooit te hanteren jegens een geassocieerd land dat excelleert in schendingen van het internationaal en humanitair recht heeft de EU haar geloofwaardigheid verspeeld. Niet het minst in de ogen van de Israëli’s, zij kunnen vandaag oorlogsmisdaden begaan in Gaza (en de Westelijke Jordaanoever) en op beide oren slapen.

Het versterken van het associatieakkoord met Israël in juni 2008 heeft de geloofwaardigheid van de EU sterk aangetast. Hiermee gaf de EU Israël immers carte blanche voor al haar koloniale en andere avonturen.

 Dit standpunt verscheen in De Morgen van 2 januari 2009