Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

“Roei al die beesten uit”: Gaza 2009

Noam Chomsky

Wat te denken van de absurde controverse rond de uitspraken van Bert Anciaux waarbij hij parallellen trok tussen de misdaad in Dendermonde en de slachtingen in Gaza? Belangrijkste vaststelling is dat er bijna meer drukte om wordt gemaakt dan de duizenden doden en gewonden in Gaza. Kleinzielig Vlaanderen. Het beste antwoord daarop (en op de Israëllobby) is onderstaand artikel van de recente tekst van Noam Chomsky (Oorspronkelijke titel “Exterminate all the brutes”. Verschenen op www.zmag.org). Met dank opnieuw aan de blog van Anja Meulenbelt en vertaler Engelbert.

Op zaterdag 27 december werd de meeste recente Amerikaans-Israëlische aanval op weerloze Palestijnen uitgevoerd. De aanval was zorgvuldig voorbereid – gedurende meer dan 6 maanden volgens de Israëlische pers. De voorbereiding had twee componenten: een militaire en een propagandistische. Ze was gebaseerd op de lessen die men had geleerd van Israëls invasie van Libanon in 2006 die werd gekenmerkt door slechte voorbereiding en een even slechte publiciteitscampagne. Derhalve kunnen we erop vertrouwen dat het meeste dat is gedaan en gezegd, met voorbedachte rade en een duidelijke bedoeling is gedaan.

Zeker het moment van de aanval hoort daarbij: vlak voor de middag, toen kinderen terugkwamen uit school en men elkaar verdrong in de menigte in de straten van het dichtbevolkte Gaza Stad. In slechts enkele minuten tijd werden meer dan 225 mensen gedood en 700 verwond; een mooi begin voor de massaslachting van weerloze burgers die gevangen zaten in een kleine kooi, zonder mogelijkheid tot vluchten.

In zijn terugblik “Winsten ontwarren van de oorlog in Gaza“ (“Parsing Gains of Gaza War”) noemt Ethan Bronner, correspondent van de New York Times, deze prestatie als een van de belangrijkste voordelen. Israel ging ervan uit dat het gunstig zou zijn om “waanzinnig” te lijken door het gebruik van buitensporige terreur, een doctrine die teruggaat tot de jaren vijftig. “De Palestijnen begrepen de boodschap vanaf de eerste dag”, schrijft Bronner, “toen Israëlische gevechtsvliegtuigen gelijktijdig vele doelen bestookten op een zaterdagmorgen. Zo’n 200 vonden direct de dood, Hamas, heel Gaza in verbijstering achterlatend.” De tactiek van de “waanzin” lijkt succesvol te zijn, concludeert Bronner: er zijn “enkele aanwijzingen dat het volk van Gaza zo geleden heeft onder deze oorlog dat zij zullen trachten Hamas te beteugelen.” De gekozen regering. Alweer zo’n oude doctrine van staatsterreur. Ik kan me overigens niets herinneren van een terugblik in de Times genaamd “Winsten ontwarren van de oorlog in Tsjetsjenië”, hoewel de voordelen daar groot waren. De zorgvuldige voorbereiding behelsde vermoedelijk ook het eind van de aanval, net voor de inauguratie, teneinde de (mogelijke) dreiging van wellicht wat kritische woorden van Obama over deze door de VS gesteunde verfoeilijke misdaden te beperken. Twee weken na het sabbat-begin van de aanval, met het grootste deel van Gaza reeds kapotgebombardeerd en een dodental dat de duizend naderde, verklaarde het VN agentschap UNRWNA – van wie de meeste inwoners van Gaza afhankelijk zijn om te kunnen overleven – dat het Israëlische leger weigerde schepen met hulpgoederen toe te laten tot Gaza, aangezien de crossings gesloten waren wegens de sabbat. Om deze heilige dag te eren moeten Palestijnen, die nog maar net overleven, voedsel en medicijnen worden ontzegd, terwijl er honderden mogen worden afgeslacht met Amerikaanse bommenwerpers en helicopters.

De rigoureuze inachtneming van de sabbat op deze tegenstrijdige wijze kreeg nauwelijks aandacht. Dat is begrijpelijk. In de annalen van de Amerikaans-Israëlische misdaad verdienen dergelijke wreedheden en cynisme zelden meer dan een voetnoot. Ze zijn te bekend. Om een relevante parallel te noemen: in juni 1982 opende de door Amerika gesteunde aanval van Israel op Libanon met het bombarderen van de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, die later bekend zouden worden als de plek van verschrikkelijke slachtpartijen onder supervisie van de IDF (Israeli “Defense” Forces). Het bombardement raakte het lokale ziekenhuis – het Gaza Ziekenhuis – en kostte het leven aan meer dan 200 mensen volgens het ooggetuigenverslag van een Amerikaanse Midden-Oosten-deskundige. Het bloedbad was de eerste akte van een invasie waarbij 15-20.000 mensen werden afgeslacht en een groot deel van zuidelijk Libanon en Beiroet werd vernietigd, dit alles met de onontbeerlijke militaire en diplomatische steun van de Verenigde Staten. Onder andere veto’s van resoluties van de Veiligheidsraad die tot doel hadden de nauwelijks verholen criminele agressie tegen de dreiging van vreedzame politieke overeenstemming te stoppen, in tegenstelling tot vele handige verzinsels over het lijden van Israel onder intense raketbeschietingen, een fantasie van apologeten.

Dit alles wordt gezien als normaal en openlijk besproken door hoge Israëlische functionarissen. Dertig jaar geleden merkte stafchef Mordechai Gur op: sinds 1948 “hebben we gevochten tegen een bevolking die leeft in dorpen en steden.” Israëls meest prominente militaire analist, Zeev Schiff, vatte zijn opmerkingen als volgt samen: “het Israëlische leger heeft altijd burgers aangevallen, opzettelijk en bewust.. het leger, zei hij, heeft nooit onderscheid gemaakt tussen burgerlijke [en militaire] doelen.. [maar] opzettelijk burgerdoelen aangevallen.” De redenen werden verklaard door de gerenommeerde staatsman Abba Eban: “er was het rationele vooruitzicht – uiteindelijk vervuld – dat de betrokken bevolkingen druk zouden uitoefenen om de vijandigheden te beëindigen.” Het effect was, zoals Eban goed begrepen had, dat Israel ongestoord z’n programma van illegale expansie en wrede onderdrukking kon implementeren. Eban gaf commentaar op een overzicht aanvallen van de Labour-regering op burgers door minister-president Begin, die een beeld schetste, zei Eban: “van een Israel dat willekeurig elke vorm van dood en angst aan een burgerlijke bevolking oplegt, in een stemming die herinnerde aan regimes die de heer Begin noch ikzelf bij name zou durven noemen.” Eban betwistte niet de feiten die Begin de revue liet passeren, maar nam het hem kwalijk dat hij ze openbaar had gemaakt. Noch maakten Eban en zijn bewonderaars zich zorgen over het feit dat zijn verdediging van massale staatsterreur ook herinneringen oproept aan regimes die hij niet bij name zou durven noemen.

Ebans rechtvaardiging voor staatsterreur wordt gezien als overtuigend door gerespecteerde autoriteiten. Terwijl de huidige Amerikaans-Israëlische aanval voortraasde, legde Times-columnist Thomas Friedman uit dat de tactiek van Israel zowel tijdens de huidige aanval als tijdens de invasie van Libanon in 2006 gebaseerd was op het gezonde principe van “trachten Hamas ‘op te voeden’, door het toebrengen van zware verliezen onder de militante Hamas-leden en zware pijn aan de bevolking van Gaza.” Dat is begrijpelijk op pragmatische gronden, zoals in Libanon waar “de enige bron van afschrikking op lange termijn was om de burgers zoveel leed te berokkenen – de families en werknemers van de militanten – dat ze zich in het vervolg afzijdig van Hezbollah zouden houden.” Dezelfde logica volgend zijn Bin Ladens poging om de Amerikanen ‘op te voeden’ op 9/11 zeer lovenswaardig, evenals de aanvallen van de Nazi’s op Lidice en Oradour, Poetins vernietiging van Grozny en andere opmerkelijke pogingen tot ‘opvoeding’. Israel heeft veel moeite gedaan om z’n toewijding aan deze leidende principes duidelijk te maken. Volgens Stephen Erlanger, correspondent bij de New York Times, zijn Israëlische mensenrechtenorganisaties “bezorgd over de aanvallen van Israel op gebouwen die volgens hen burgerlijke doelen zijn, zoals regeringsgebouwen, politieposten en het presidentiële paleis” – en, zouden we kunnen toevoegen, dorpen, huizen, volgepakte vluchtelingenkampen, water- en rioleringssystemen, ziekenhuizen, scholen en universiteiten, moskeeën, VN hulpposten, ambulances, en eigenlijk alles wat de nood van de onwaardige slachtoffers zou kunnen lenigen. Een Israëlische senior intelligence officer legde uit dat de IDF “beide aspecten van Hamas” aanviel, “z’n verzet of militaire vleugel en z’n dawa of sociale vleugel”, dat laatste is een eufemisme voor burgermaatschappij. “Hij stelde dat Hamas allemaal een pot nat was”, vervolgt Erlanger, “en in een oorlog waren politieke en sociale controle-instrumenten een even geldig doel als de verborgen wapenvoorraden.” Erlanger en zijn redacteuren voegen geen commentaar toe over de openlijke verdediging, en in praktijk brengen, van massaal op burgers gericht terrorisme, hoewel correspondenten en columnisten hun tolerantie, of zelfs expliciete verdediging tonen van oorlogsmisdaden, zoals we zagen. De norm volgend mist Erlanger niet de kans het nog eens te benadrukken: het afschieten van raketten door Hamas is “een overduidelijke schending van het discriminatieprincipe en beantwoordt aan de klassieke definitie van terrorisme”.

Net als anderen die vertrouwd zijn met de regio, merkt Midden-Oostendeskundige Fawwaz Gerges op dat “Wat Israëlische ambtenaren en hun Amerikaanse bondgenoten niet inzien is dat Hamas niet enkel een gewapende militie is maar een sociale beweging die gedragen wordt door een brede laag van de bevolking die diep verschanst zit in de maatschappij”. Wanneer ze hun plannen ten uitvoer brengen om de “sociale vleugel” van Hamas te vernietigen, streven ze derhalve naar de vernietiging van de Palestijnse maatschappij.

Gerges is wellicht nog te aardig. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Israëlische en Amerikaanse functionarissen – of de media en andere commentatoren – deze feiten niet inzien. Eerder adopteren ze het traditionele perspectief van hen die het monopolie bezitten over geweldsmiddelen: onze gepantserde vuist kan elke oppositie verpletteren, en als onze furieuze aanvallen een hoge burgerlijke tol eisen dan is dat alleen maar goed: wellicht zijn de overgeblevenen netjes opgevoed.

IDF-officieren begrijpen heel goed dat ze de burgermaatschappij verpletteren. Ethan Bronner citeert een Israëlische kolonel die zegt dat hij en zijn mannen niet erg “onder de indruk zijn van de Hamas-strijders”. “Het zijn dorpelingen met geweren”, zei een schutter op een bewapend personeelsvoertuig. Ze lijken op de slachtoffers van de moorddadige “ijzeren vuist” operaties van de IDF in het bezette zuidelijk Libanon in 1985, onder leiding va Shimon Peres, een van de grote terroristenleiders van het tijdperk van Reagans “War on Terror”. Gedurende deze operaties verklaarden Israëlische bevelhebbers en strategische analisten dat de slachtoffers “terroristische dorpelingen” waren, moeilijk uit te roeien aangezien “deze terroristen met steun van het grootste deel van de lokale bevolking opereren.” Een Israëlische bevelhebber klaagde dat “de terrorist… hier vele ogen heeft, aangezien hij hier woont”, terwijl de militaire correspondent van de Jerusalem Post de problemen beschreef waar de Israëlische strijdkrachten mee geconfronteerd worden in hun strijd tegen de “terroristische huurling”, “fanatiekelingen die allemaal hun zaak zo toegewijd zijn dat ze het risico willen lopen te sneuvelen in hun acties tegen de IDF” die “orde en veiligheid moet handhaven” in zuidelijk Libanon, ondanks “de prijs die de bewoners zullen moeten betalen”. Het was een bekend probleem voor de Amerikanen in Zuid-Vietnam, Russen in Afghanistan, Duitsers in bezet Europa en andere agressors die de Gur-Eban-Friedman-doctrine toepassen. Gerges gelooft dat de Amerikaans-Israëlische staatsterreur zal falen. Hamas, schrijft hij, “kan niet weggevaagd worden zonder een half miljoen Palestijnen af te slachten. Als het Israel lukt om de oude leiders van Hamas te doden, zal een nieuwe generatie, radicaler dan de huidige, hen spoedig vervangen. Hamas is onderdeel van het leven. Het gaat niet weg en zal niet de witte vlag hijsen, hoeveel slachtoffers het ook moet incasseren.”

Misschien, maar men heeft vaak de neiging de doeltreffendheid van geweld te onderschatten. Het is met name curieus dat men er een dergelijk geloof in de Verenigde Staten op na zou houden. Waarom zijn wij hier? Hamas wordt regelmatig beschreven als “het door Iran gesteunde Hamas, enkel uit op de vernietiging van Israel”. Het zal niet meevallen iets te vinden als “het democratisch gekozen Hamas, dat als sinds jaar en dag vraagt om een tweestatenoplossing, in overeenstemming met de internationale consensus” – al meer dan 30 jaar geblokkeerd door de Verenigde Staten en Israel, dat het Palestijnse recht op zelfbeschikking verwerpt. Allemaal waar, maar geen bruikbare bijdrage aan de Partijlijn en derhalve overbodig.

De eerder genoemde details, hoewel onbeduidend, leren ons iets over onszelf en onze aanhang. Andere doen dat ook. Om er nog een te noemen: toen de jongste Amerikaans-Israelische aanval op Gaza begon was een kleine boot, de Dignity, op weg van Cyprus naar Gaza. Aan boord waren dokters en mensenrechtenactivisten die Israëls criminele blokkade wilden doorbreken om medische hulpgoederen naar de gevangen bevolking te brengen. Het schip werd in internationale wateren onderschept door schepen van de Israëlische marine die het ramden en bijna deden zinken, hoewel het met moeite nog Libanon kon bereiken. Israel debiteerde de bekende leugens, ontkend door de journalisten en passagiers aan boord, waaronder de CNN-correspondent Karl Penhaul en voormalig Amerikaans afgevaardigde en presidentskandidate voor de Green Party, Cynthia McKinney. Dat is een ernstige misdaad – erger bijvoorbeeld dan het kapen van schepen voor de Somalische kust. Het gebeuren kreeg weinig aandacht. Het stilzwijgend goedkeuren van dergelijke misdaden toont aan dat Gaza bezet gebied is en dat Israel het recht heeft het beleg voort te zetten, zelfs gemachtigd door de bewakers van de internationale orde om in open zee misdaden te plegen teneinde z’n programma’s voor het straffen van burgers wegens het niet opvolgend van bevelen op te leggen – onder voorwendsels waarop we nog terugkomen, bijna universeel geaccepteerd maar duidelijk ongegrond.

Wederom is het gebrek aan aandacht duidelijk. Decennia lang heeft Israel boten in internationale wateren tussen Cyprus en Libanon gekaapt, waarbij passagiers werden gedood of gekidnapt; soms werden ze naar gevangenissen in Israel gebracht, inclusief geheime gevangenis/martelkamers, om jarenlang als gijzelaar vastgehouden te worden. Aangezien deze praktijken routine zijn, waarom zou je de nieuwe misdaad dan op meer dan een geeuw onthalen? De reacties van Cyprus en Libanon waren beduidend anders, maar wat betekenen zij in de schikking der dingen?

Wie kan het bijvoorbeeld iets schelen als de meestal pro-westerse redacteuren van de Daily Star in Libanon schrijven dat “Ongeveer 1,5 miljoen mensen in Gaza zijn onderworpen aan de moorddadige macht van een van ’s werelds technologisch meest geavanceerde maar moreel vervallen militaire machines. Men heeft vaker geopperd dat de Palestijnen voor de Arabische wereld zijn geworden wat de joden waren voor het Europa van voor de Tweede Wereldoorlog, en er zit enige waarheid in deze interpretatie. Hoe ziekmakend toepasselijk is het dan ook dat, net als de Europeanen en Noord-Amerikanen de andere kant op keken toen de nazi’s de Holocaust pleegden, de Arabieren een manier vinden om toe te kijken nu Israëliërs Palestijnse kinderen afslachten.” Het meest beschamende Arabische regime is wellicht de wrede Egyptische dictatuur, die na Israel het meest profiteert van Amerikaanse steun.

Israel “ontvoert stelselmatig Libanese burgers aan de Libanese kant van de Blauwe Lijn [de internationale grens], meest recentelijk in december 2008”, volgens de Libanese pers. En natuurlijk “schenden Israëlische vliegtuigen dagelijks het Libanese luchtruim, een schending van de VN-Resolutie 1701” (de Libanese academicus Amal Saad-Ghorayeb, Daily Star, 13 januari). Ook dat gaat al heel lang door. In zijn veroordeling van Israëls invasie van Libanon in 2006 schreef de prominente Israëlische strategisch-analist Zeev Maoz in de Israëlische pers dat “Israel het Libanese luchtruim heeft geschonden door praktisch elke dag luchtverkenningsmissies uit te voeren sinds de terugtrekking uit zuidelijk Libanon zes jaar geleden. Het is waar dat deze vluchten geen Libanese slachtoffers maakten, maar het schenden van grenzen is het schenden van grenzen. Ook hier heeft Israel geen hogere morele grondslag.” En in het algemeen is er geen basis voor de “kamerbrede consensus in Israel dat de oorlog in Libanon tegen de Hezbollah is een rechtvaardige en morele oorlog”, een consensus “gebaseerd op selectief en korte termijn geheugen, op een introvert wereldbeeld en op een dubbele moraal. Dit is geen rechtvaardige oorlog, het gebruik van geweld is buitensporig en willekeurig, en het uiteindelijke doel is afpersing.”

Maoz herinnert zijn Israëlische lezers er tevens aan dat het gebulder van de overvliegende jets met als doel de Libanezen te terroriseren, nog de minste van de Israëlische misdaden zijn in Libanon, zelfs naast de vijf invasies sinds 1978: “Op 28 juli 1988 ontvoerde een Israëlische Speciale Eenheid sjeik Obeid en op 21 mei 1994 ontvoerde Israel Mustafa Dirani, verantwoordelijk voor het gevangen nemen van de Israëlische piloot Ron Arad [toen deze Libanon bombardeerde in 1986]. Deze en nog 20 andere Libanezen die onder onopgehelderde omstandigheden gevangen waren genomen, werden door Israel gedurende lange tijd en zonder proces opgesloten. Ze werden gebruikt als menselijke “ruilmiddelen”. Kennelijk is het ontvoeren van Israëliërs met als doel het uitwisselen van gevangen, moreel laakbaar en militair strafbaar als Hezbollah het doet, maar niet als Israel precies hetzelfde doet,” en op een veel grotere schaal, en gedurende vele jaren.

Israëls veelvuldige praktijken zijn opmerkelijk, zelfs los van wat ze onthullen over Israëlische criminaliteit en de Westerse steun ervoor. Zoals Maoz aangeeft onderstrepen deze praktijken de volslagen hypocrisie van de standaardbewering dat Israel het recht had Libanon opnieuw binnen te vallen in 2006 toen er soldaten gevangen waren genomen aan de grens; de eerste grensoverschrijdende actie van Hezbollah in de zes jaar na de terugtrekking van Israel uit zuidelijk Libanon, dat het bezet had gehouden tegen het bevel van de Veiligheidsraad in, 22 jaar eerder, terwijl Israel zelf gedurende die zes jaar bijna dagelijks straffeloos de grenzen schond, en hier hoorde je niets over. Opnieuw is de hypocrisie tot routine geworden. Zo schrijft Thomas Friedman, terwijl hij uitlegt hoe de lagere rassen “opgevoed” moeten worden door middel van terreur, dat de invasie van Libanon door Israel in 2006 – opnieuw goed voor het vernielen van een groot deel van zuidelijk Libanon en Beiroet en het doden van nog eens 1000 burgers – een rechtmatige daad van zelfverdediging was, een antwoord op Hezbollah’s misdaad van “het uitlokken van een ongeprovoceerde oorlog over de door de VN erkende grens tussen Israel en Libanon, nadat Israel zich eenzijdig had teruggetrokken uit Libanon.” Even los van deze misleiding, als we deze logica volgen, zouden terroristische aanvallen op Israel – veel vernietigender en moorddadiger dan die welke hebben plaatsgevonden – volledig gerechtvaardigd zijn in antwoord op Israëls criminele praktijken in Libanon en op open zee, die Hezbollah’s misdaad van het gevangen nemen van twee soldaten aan de grens verre te boven gaan. Natuurlijk schieten al dergelijke conclusies over adequate acties tegen de rijken en machtigen tekort: Dit zijn wij en dat zijn zij. Dit cruciale principe, diep genesteld in de westerse cultuur, volstaat om zelfs de meest nauwkeurige analogie en de meest waterdichte redenering te ondermijnen.

De nieuwe misdaden die de afgelopen weken door de Verenigde Staten en Israel zijn begaan passen niet zomaar in een standaardcategorie – behalve dan in de categorie van het vertrouwde; ik heb net enkele voorbeelden gegeven en kom later nog terug op andere. De misdaden vallen letterlijk onder de officiële definitie van “terrorisme” die gehanteerd wordt door de Amerikaanse regering, maar die duiding doet onrecht aan hun mateloosheid. Ze kunnen niet als “agressie” bestempeld worden, aangezien ze in bezet gebied worden begaan, zoals de Verenigde Staten stilzwijgend toegeven. In hun overzichtelijke en geleerde geschiedenis van de Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, Meesters van het land (Lords of the Land), wijzen Idit Zertal en Akiva Eldar op het feit dat na de terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit Gaza in 2005, het verwoeste gebied “nog niet een enkele dag onder de greep van het Israëlische militaire apparaat uit kwam, noch onder de prijs van bezetting die de bevolking dagelijks betaalt… Israel heeft verschroeide aarde achtergelaten, een verwoeste infrastructuur en mensen zonder heden of toekomst. De ontmanteling van de nederzettingen was een niet-genereuze daad van een niet-verlichte bezetter die feitelijk doorgaat met het beheersen van het gebied en het vermoorden en treiteren van de bevolking, met behulp van een enorme militaire macht” – uitgevoerd op een gruwelijke manier en dankzij steun en medewerking van de Verenigde Staten. De Amerikaans-Israëlische aanval op Gaza escaleerde in januari 2006, enkele maanden na de formele terugtrekking, toen de Palestijnen een werkelijk afschuwelijke misdaad begingen: ze stemden “op de verkeerde” tijdens vrije verkiezingen. Zoals zoveel anderen leerden ook de Palestijnen dat je niet ongestraft bevelen kunt negeren van de Meester, wiens gewauwel over “hunkeren naar democratie” niet eens hoongelach uitlokt bij de ontwikkelde klasse, eveneens een indrukwekkende prestatie.

Aangezien de termen “agressie” en “terrorisme” de lading niet dekken, moeten we op zoek naar een nieuwe term voor de sadistische en laffe marteling van een in een kooi opgesloten volk, zonder mogelijkheid te ontsnappen aan de meest geavanceerde producten van de Amerikaanse militaire technologie waarmee ze worden platgebombardeerd. Het gebruik van dergelijke wapens is in strijd met het internationale en zelfs het Amerikaanse recht, maar voor zelfbenoemde schurkenstaten is dat slechts weer een onbeduidend technisch detail. Een ander onbeduidend detail is het feit dat op 31 december, terwijl de bevolking van Gaza wanhopig op zoek was naar beschutting tegen de meedogenloze aanval, Washington een Duits vrachtschip huurde voor het transporteren van een enorme lading – 3000 ton – onbekende “munitie” van Griekenland naar Israel. Deze nieuwe lading “volgde op het huren van een commercieel schip in de VS in december met bestemming Israel, gevuld met een nog aanzienlijker lading wapens als voorbereiding op de luchtaanvallen in de Gazastrook”, meldde het persbureau Reuters. Dit alles staat nog los van de meer dan 21 miljard dollar aan militaire steun die Israel van de regering Bush mocht ontvangen, voor het grootste deel in de vorm van schenkingen. “De bemoeienissen van Israel in de Gazastrook werd voor het grootste deel gevoed met Amerikaanse wapens, waarvoor de Amerikaanse belastingbetaler opdraait”, staat in een verslag van de New America Foundation, die de wapenhandel in de gaten houdt. Deze nieuwe lading werd belemmerd door een beslissing van de Griekse regering om het gebruik van elke Griekse haven te verbieden “voor de bevoorrading van het Israëlische leger”. Het antwoord van Griekenland op de door de VS gesteunde Israëlische misdaden staat in schril contrast met de lafhartige houding van de meeste Europese leiders. Het contrast onthult dat het wellicht realistisch van Washington was om Griekenland als deel van het Nabije Oosten te zien en niet van Europa, totdat de door de VS gesteunde fascistische dictatuur omver werd geworpen in 1974. Misschien is Griekenland wel te beschaafd voor Europa.

Mocht iemand de timing van de leveranties merkwaardig vinden en eens doorvragen, dan heeft het Pentagon een antwoord klaar: de zending zou te laat komen voor de aanval op Gaza en het materieel – wat het ook is – wordt uit voorzorg in Israel geplaatst voor eventueel gebruik door het Amerikaanse leger. Dat zou kunnen kloppen. Een van de vele diensten die Israel z’n beschermheer aanbiedt is het voorzien in waardevolle militaire bases aan de rand van ’s werelds belangrijkste energiebronnen. Zo kan het dienen als een vooruitgeschoven legerpost voor Amerikaanse agressie – of, om de technische termen te gebruiken, om “de Golf te verdedigen” en “voor stabiliteit te zorgen”.

De enorme stroom wapens richting Israel dient ook vele ondergeschikte doelen. Mouin Rabbani, die het Midden-Oostenbeleid analyseert, merkt op dat Israel nieuwe wapensystemen kan testen op weerloze doelen. Dit is van grote waarde voor Israel en de Verenigde Staten, “van dubbele waarde eigenlijk, aangezien minder efficiënte versies van dezelfde wapensystemen vervolgens voor enorme bedragen worden verkocht aan Arabische staten, waarmee weer de Amerikaanse wapenindustrie en de militaire schenkingen aan Israel gesubsidieerd worden.” Dit zijn extra functies van Israel in het door de VS gedomineerde Midden-Oostensysteem, en onder andere de reden dat Israel het zo goed doet bij de autoriteiten, de Amerikaanse high-techbedrijven, en uiteraard bij de militaire industrie en de geheime dienst.

Afgezien van Israel zijn de Verenigde Staten op afstand de grootste wapenleveranciers ter wereld. Het recente rapport van de New America Foundation concludeert dat “Amerikaanse wapens en militaire trainingen een rol speelden in 20 van de 27 belangrijkste oorlogen in 2007”, waarmee de VS 23 miljard dollar opstreek, oplopend tot 32 miljard dollar in 2008. Geen wonder dat tussen de vele VN-Resoluties waartegen de VS zich verzetten tijdens de VN-sessie van december 2008, er eentje zat die opriep tot regulatie van de wapenhandel. In 2006 stemden de VS als enige tegen dit verdrag, maar in november 2008 voegde zich een partner aan hun zijde: Zimbabwe.

Tijdens die VN-sessie van december waren er meer opmerkelijke stemmen. Een resolutie over “het recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking” werd aangenomen met 173 tegen 5 stemmen (VS, Israel, Pacifische Eilanden, de VS en Israel met vage smoezen). De stemming herbevestigt het Amerikaans-Israelische rejectionisme, in internationale isolatie. Op soortgelijke wijze werd een resolutie voor “universele vrijheid van reizen en het vitale belang van familiehereniging” aangenomen met de VS, Israel en de Pacifische Eilanden die tegenstemden, vermoedelijk met de Palestijnen in hun achterhoofd.

Toen de VS tegen het recht op ontwikkeling stemden verloren ze Israel, maar wonnen ze de Oekraïne. Toen ze tegen het “recht op voedsel” stemden waren ze alleen, een bijzonder frappant feit in het licht van de enorme globale voedselcrisis, die de – de westerse economieën bedreigende – financiële crisis in de schaduw stelt. Er zijn goede redenen waarom het stemgedrag consequent niet wordt bekendgemaakt en diep weggestopt wordt door de media en de conformistische intellectuelen. Het zou niet slim zijn om het volk kennis te laten nemen van wat dit zegt over hun verkozen vertegenwoordigers. In het onderhavige geval zou het contraproductief werken om het volk te vertellen dat het Amerikaans-Israëlische rejectionisme – de vreedzame oplossing blokkerend die de wereld al lang bepleit – zulke extreme vormen aanneemt dat het de Palestijnen zelfs het abstracte recht op zelfbeschikking onthoudt.

Een van de helden onder de vrijwilligers in Gaza, de Noorse arts Mads Gilbert, beschreef het horrorschouwspel als een “Totaaloorlog tegen de burgerbevolking van Gaza”. Volgens zijn inschatting bestond de helft van de slachtoffers uit vrouwen en kinderen. Bijna alle mannen zijn ook burgers, volgens fatsoenlijke normen dan. Gilbert verklaart dat hij slechts zelden een militair slachtoffer zag tussen de honderden lichamen. De IDF is het daarmee eens. Hamas “vecht alleen op afstand – of helemaal niet”, verklaarde Ethan Bronner toen hij de “winsten ontwarde” van de Amerikaans-Israëlische aanval. Dus de mankracht van Hamas blijft intact, het waren voornamelijk burgers die moesten lijden: een positief resultaat volgens een algemeen geldende doctrine. Deze schattingen zijn bevestigd door John Holmes, hoofd van de humanitaire operaties van de VN, die journalisten vertelde dat het “een redelijke aanname” is dat het grootste deel van de burgerslachtoffers uit vrouwen en kinderen bestaat, in een humanitaire crisis die “van dag tot dag erger wordt zolang het geweld aanhoudt”. Toch kunnen we gerustgesteld worden door de woorden van Israëls minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni, de leidende duif in de huidige verkiezingscampagne, die ons verzekert dat er geen “humanitaire crisis” is in Gaza dankzij de Israëlische welwillendheid.

 

Net als anderen die geven om menselijke wezens en hun lot, drongen Gilbert en Holmes aan op een wapenstilstand. Maar nu nog niet. “De Verenigde Staten voorkwamen dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op zaterdag een formele verklaring deed uitgaan met een oproep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren”, meldt de New York Times terloops. De officiële reden was dat “er geen indicatie was dat Hamas zich aan enige afspraken zou houden”. In de annalen van rechtvaardigingen voor zwelgen in moordpartijen hoort deze zonder meer bij de meest cynische. Dat kwam uiteraard van Bush en Rice, binnenkort te vervangen door Obama, die vol medeleven herhaalt dat “als raketten zouden neerkomen waar mijn beide dochters slapen, dan zou ik alles doen om het te stoppen”. Hij verwijst naar Israëlische kinderen, niet naar de honderden die in Gaza in stukken worden gereten door Amerikaanse wapens. Hierna deed Obama er het zwijgen toe.

Enkele dagen later steunden de VS onder enorme internationale druk een resolutie van de Veiligheidsraad die opriep tot een “duurzame wapenstilstand”. Ze werd goedgekeurd met 14-0, de VS onthielden zich van stemming. Zoals gebruikelijk waren Israel en de Amerikaanse haviken kwaad dat de VS hun veto niet hadden gebruikt. Die onthouding gaf Israel echter misschien geen groen maar dan toch een oranje licht om het geweld verder uit te breiden, zoals het ook deed tot praktisch het moment van de inauguratie, zoals was voorspeld. Toen het staakt-het-vuren (theoretisch) werd afgekondigd op 18 januari, publiceerde het Palestijns Centrum voor Mensenrechten de cijfers voor de laatste dag van de aanval: 54 Palestijnen gedood, waaronder 43 ongewapende burgers, 17 van hen waren kinderen, terwijl de IDF doorging met het bombarderen van huizen van burgers en VN-scholen. Het dodental schatten zij op 1.184, waaronder 844 burgers, waarvan 281 kinderen. De IDF ging door met het gebruik van brandbommen overal in de Gazastrook en met het vernietigen van huizen en landbouwgrond, zodat burgers gedwongen werden hun huizen te ontvluchten. Enkele uren later meldde Reuters al meer dan 1300 doden. Het personeel van het Al Mezan Center, dat nauwkeurig de vernietiging en slachtoffers bijhoudt, bezocht gebieden die voorheen ontoegankelijk waren vanwege voortdurende bombardementen. Ze ontdekten tientallen lichamen van burgers die lagen te verrotten onder het puin van vernielde huizen, of verplaatst waren door Israëlische bulldozers. Complete stadswijken waren verdwenen.

De aantallen doden en gewonden worden zeker te laag ingeschat. En het is niet waarschijnlijk dat er een onderzoek komt naar deze wreedheden. Misdaden van officiële vijanden worden diepgaand onderzocht, maar die van ons worden systematisch genegeerd. Dat, nogmaals, is de normale gang van zaken, begrijpelijk vanuit het oogpunt van de meesters.

De resolutie van de Veiligheidsraad behelsde ook een eind aan de stroom wapens die Gaza binnenkwamen. De VS en Israel (Rice-Livni) waren het snel eens over maatregelen om dit voor elkaar te krijgen: door zich te concentreren op Iraanse wapens. Het is niet nodig het smokkelen van Amerikaanse wapens naar Israel tegen te houden, want er wordt niet gesmokkeld: deze enorme wapenstroom is openbaar, zelfs wanneer niet bekendgemaakt, zoals in het geval van de aangekondigde wapenleveranties toen de slachting in Gaza in volle gang was.

De resolutie riep tevens op tot het “verzekeren van een duurzame opening van de doorgangen op basis van het Agreement on Movement and Access (Overeenkomst over beweging en toegang) uit 2005 tussen de Palestijnse Autoriteit en Israel”; dit Agreement bepaalde dat de doorgangen naar Gaza permanent open zouden blijven en dat Israel tevens het verkeer van goederen en mensen tussen de West Bank en de Gazastrook zou toestaan. De Rice-Livni overeenkomst maakte geen gewag van dit aspect van de resolutie van de Veiligheidsraad. De VS en Israel hadden het Agreement uit 2005 reeds verworpen als onderdeel van hun straf voor de Palestijnen, die tijdens de vrije verkiezingen van 2006 op de verkeerde partij hadden gestemd. De persconferentie van Rice na de Rice-Livni overeenkomst benadrukte de onvermoeibare pogingen van Washington om de resultaten van de enige vrije verkiezingen in de Arabische wereld te ondermijnen. Ze zei: “Er kan veel gedaan worden om Gaza uit de duisternis van Hamas te halen naar het licht van het goede bestuur dat de Palestijnse Autoriteit kan brengen” – kan brengen, althans, zolang zij een loyale aanhanger blijven, vol van corruptie en genegen brute onderdrukking toe te passen, maar gehoorzaam. Terug van een bezoek aan de Arabische wereld bevestigde Fawwaz Gerges met klem wat anderen ter plekke reeds hadden gemeld. Het effect van het Amerikaans-Israëlische offensief in Gaza was om de bevolking woedend te maken en om bittere haat jegens de agressor en diens collaborateurs op te wekken. “Het volstaat om te zeggen dat de zogenaamde gematigde Arabische staten [dat wil zeggen, zij die hun bevelen uit Washington krijgen] zich gedeisd houden en dat het verzetsfront, geleid door Iran en Syrië, hier het meest van profiteert. Wederom hebben Israel en de regering van Bush de Iraanse leiders een zoete overwinning geschonken.” Bovendien “zal Hamas hieruit waarschijnlijk te voorschijn komen als een sterkere politieke macht dan voorheen overtreft het Fatah, het heersende apparaat van president Mahmoud Abbas’ Palestijnse Autoriteit”, de favorieten van Rice. Het is interessant te bedenken de Arabische wereld niet angstvallig beschermd wordt tegen de enige live TV verslaggeving van wat er gaande is in Gaza, namelijk de “kalme en gebalanceerde analyse van de chaos en vernietiging” verzorgd door de uitstekende correspondenten van Al-Jazeera, die “een krachtig alternatief voor andere zenders” vormt, zoals de London Financial Times stelt. In de 105 landen zonder onze efficiënte vormen van zelfcensuur kunnen mensen van uur tot uur zien wat er gebeurt en de impact daarvan blijkt enorm te zijn. In de Verenigde Staten, bericht de New York Times, “komt de bijna complete blackout… zonder twijfel door de scherpe kritiek op Al-Jazeera door de Amerikaanse regering gedurende het begin van de oorlog in Irak, vanwege hun weergave van de Amerikaanse invasie.” Cheney en Rumsfeld protesteerden, dus, uiteraard, wat konden de onafhankelijke media anders doen dan gehoorzamen.

 

Er wordt veel nuchter gedebatteerd over wat de aanvallers hoopten te bereiken. Sommige doelstellingen worden vaak bediscussieerd, waaronder wat men noemt “het vermogen tot afschrikking” dat Israel was kwijtgeraakt als gevolg van het Libanese fiasco in 2006 – hetgeen wil zeggen, het vermogen om elke potentiële tegenstander met terreur tot overgave te dwingen. Er zijn echter meer fundamentele doelstellingen die wel eens over het hoofd worden gezien, hoewel ze overduidelijk zijn als we even naar de recente geschiedenis kijken.

Israel verliet Gaza in september 2005. Rationele Israëlische hardliners zoals Ariel Sharon, de beschermheilige van de kolonistenbeweging, begrepen dat het onzinnig was om enkele duizenden illegale kolonisten te subsidiëren in de puinhopen van Gaza, beschermd door de IDF terwijl ze een groot deel van het land en de beperkte hulpbronnen gebruikten. Het lag meer voor de hand om Gaza om te bouwen tot ’s wereld grootste gevangenis en de kolonisten naar de West Bank te verhuizen, een veel waardevoller gebied waar Israel zeer duidelijk is over z’n bedoelingen, in woord en, belangrijker, in daad. Een doel is het annexeren van vruchtbare grond, de waterbronnen en de lieflijke voorsteden van Jeruzalem en Tel Aviv binnen de scheidingsmuur, tevergeefs illegaal verklaard door het Internationaal Gerechtshof. Dat behelst een enorme uitbreiding van Jeruzalem, een schending van de bepalingen van de Veiligheidsraad van 40 oud, ook tevergeefs. Israel neemt ook de Jordaanvallei over, ongeveer een derde van de West Bank. Wat overblijft zit daardoor gevangen en bovendien opgebroken in fragmenten door de prominente joodse nederzettingen die het gebied in drieën hebben gedeeld: een deel ten oosten van Groot-Jeruzalem, dwars door de stad Ma’aleh Adumim, tijdens de Clinton-jaren ontwikkeld om de West Bank op te splitsen; en twee delen in het noorden, door de steden Ariel en Kedumim. Wat voor de Palestijnen overblijft wordt gescheiden door honderden grotendeels willekeurige checkpoints.

 

De checkpoints spelen geen rol in de veiligheid van Israel en als sommige bedoeld zijn om de kolonisten te beschermen, dan zijn ze simpelweg illegaal, zoals het Internationaal Gerechtshof bepaalde. In werkelijkheid is hun belangrijkste doel de Palestijnse bevolking te treiteren en de “machtsmatrix” te versterken, zoals de Israëlische vredesactivist Jeff Halper het noemt, bedoeld om het leven ondraaglijk te maken voor de “tweepotige beesten” die als “verdoofd ongedierte krioelen in een fles“ als ze trachten in hun huizen en op hun land te blijven. Dat is niet meer dan normaal, want ze zijn “als sprinkhanen vergeleken bij ons” zodat hun hoofden kunnen worden “verpletterd tegen de keien en muren”. Deze terminologie is afkomstig van de hoogste Israëlische politieke en militaire leiders, in dit geval de achtenswaardige “prinsen”. En het gedrag vormt het beleid.

Het geraaskal van de politieke en militaire leiders is mild vergeleken bij de preken van rabbijnse autoriteiten. Zij zijn geen marginale figuren. Integendeel, ze hebben veel invloed in het leger en de kolonistenbeweging, die volgens Zertal en Eldar de “Meesters van het land” zijn, en drukken een belangrijke stempel op het beleid. Soldaten die in het noorden van Gaza vochten kregen een “inspirationeel” bezoek van twee rabbi’s, die uitlegden dat er geen “onschuldigen” bestaan in Gaza, dus iedereen is een legitiem doelwit, daarbij een beroemde passage uit de Psalmen citerend met een oproep aan de Heer om de kinderen van Israëls onderdrukkers te grijpen en tegen de rotsen te vermorzelen. De rabbi’s deden niets nieuws. Een jaar eerder had de voormalige Chief Sephardic Rabbi aan premier Olmert geschreven dat alle burgers van Gaza collectief schuld hadden aan de raketbeschietingen, zodat er “absoluut geen morele belemmering is om zonder onderscheid burgers te doden tijdens een groot militair offensief in Gaza, gericht op het stoppen van de raketbeschietingen”, zoals de Jerusalem Post zijn oordeel weergaf. Zijn zoon, de Chief Rabbi van Safed, deed er nog een schepje bovenop: “Als ze niet stoppen nadat we er 100 hebben gedood, dan moeten we er duizend doden, en als ze niet stoppen na 1000 dan moeten we er 10.000 doden. Als ze dan nog niet stoppen moeten we er 100.000 doden, zelfs een miljoen. Wat er voor nodig is om ze te doen stoppen.”

Dergelijke zienswijzen worden uitgedragen door prominente Amerikaanse seculiere lieden. Toen Israel in 2006 Libanon binnenviel verklaarde professor Alan Dershowitz van de Harvard Law School in de liberale online krant de Huffington Post dat alle Libanezen legitieme doelwitten waren voor het Israëlisch geweld. Libanese burgers “betaalden de prijs” voor het steunen van “terrorisme” – beter gezegd, voor steun aan het verzet tegen de Israëlische invasie. Derhalve waren Libanese burgers net zo min immuun voor geweld als de Oostenrijkers die de nazi’s steunden. De fatwa van de Sefardische rabbi is op hen van toepassing. In een video op de website van de Jerusalem Post ging Dershowitz verder met het belachelijk maken van het extreme verschil in dodental tussen Palestijnen en Israëliërs: het zou verhoogd moeten worden tot 1000 tegen 1, zei hij, of zelfs 1000 tegen 0, oftewel de beesten zouden volledig uitgeroeid moeten worden. Natuurlijk bedoelt hij “terroristen”, een ruime categorie waarin de slachtoffers van Israëlisch geweld vallen, aangezien “Israel nooit burgers als doelwit kiest”, verklaarde hij met nadruk. Daaruit volgt dat Palestijnen, Libanezen, Tunesiërs, eigenlijk iedereen die de meedogenloze legers van de Heilige Staat in de weg staat, een terrorist is, of een toevallig slachtoffer van hun rechtvaardige misdaden.

Het valt niet mee om historische vergelijkingen te vinden voor deze vertoningen. Het is wellicht veelzeggend dat ze zonder meer als fatsoenlijk worden beschouwd in het heersende intellectuele en morele klimaat – dat wil zeggen, als ze aan “onze kant” opduiken; uit de mond van officiële vijanden zouden zulke woorden terechte verontwaardiging uitlokken en oproepen tot wraak met massaal preventief geweld.

Tags: , , ,

Comments are closed.