Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

‘The Electronic Intifada’: de westerse media doorprikt

Lauranne Nijs

‘The Electronic Intifada’, een Palestijnse nieuwswebsite, beoogt een waarachtig tegenoffensief te zijn voor de dominantie en inaccuraatheid van het Israëlische verhaal dat in de westerse media domineert. DeWereldMorgen.be interviewde Ali Abunimah, een Palestijns-Amerikaanse journalist en mede-oprichter van ‘The Electronic Intifada’.

Politieke disputen worden deels in de media uitgevochten. Media spelen immers een cruciale rol in het genereren van interpretatieframes. Betrokken partijen bewerken en manipuleren media voortdurend om een conflict naar eigen hand te zetten. Hierbij maken ze gebruik van verschillende technieken. Deze technieken, zoals het verspreiden van onvolledige informatie of het verdraaien van feiten, creëren een inaccurate weergave en dus een enge interpretatie van de dagelijkse realiteit.
Ook Israëli’s en Palestijnen voeren hun strijd in de media, en dat in binnen- en buitenland. Alleen beschikt Israël over veel meer middelen om het eigen lijden te etaleren. Er bestaat dan ook een duidelijke vorm van asymmetrie tussen de verslaggeving over terreur vanwege de Palestijnen en de berichtgeving over de bezetting.

De bezetting an sich is zelden een nieuwsitem, maar er wordt wel uitvoerig bericht over elke nieuwe aanslag. Het is immers niet eenvoudig om binnen de journalistieke grenzen zo’n abstract gegeven als een bezetting tastbaar en helder weer te geven.

‘The Electronic Intifada’ gaat die uitdaging toch aan. De oprichters menen dat westerse media een enge interpretatie van het conflict tonen. In dit interview geeft Ali Abunimah bedreven zijn visie op de westerse journalistiek. Met een aanzienlijke portie overtuigingskracht legt hij uit waarom correcte berichtgeving over het conflict Israël-Palestina zo belangrijk is.

Welk motief schuilt er achter de oprichting van ‘The Electronic Intifada’?

Ali Abunimah: “Het is een reactie op de vertekenende berichtgeving in de westerse mainstream media. Palestijnen beschikken ook over het recht hun stem te laten gelden bij het internationaal publiek. Israëli’s maken vaak gebruik van technieken als verbloemd taalgebruik, verdraaide of onvolledige informatie enzovoort.”

“Initieel boden we dus mediakritiek op het discours van Israël en stelden vertekeningen aan de kaak. Dat wordt nu nog gedaan, vooral via blogs. Maar gaandeweg besloten we zelf te berichten over het conflict zoals het in onze ogen zou moeten gebeuren. We evolueerden dus naar een online krant met eigen artikels, opiniestukken, boeken en filmrecensies. Ons perspectief is kritisch, we dagen de status quo steeds uit, maar momenteel willen we vooral onafhankelijk rapporteren.”

Wordt er een specifieke redactielijn uitgestippeld?

“Een basisprincipe van ‘The Electronic Intifada’ is respect voor universele mensenrechten. Racistische uitlatingen worden bij ons niet getolereerd, maar daarbuiten is er niet echt sprake van een redactielijn. We publiceren een brede waaier aan meningen die de redacteurs niet per se moeten onderschrijven.”

“Kwaliteit dragen we wel hoog in het vaandel, zoals goed geschreven artikels die onderbouwd zijn en gestaafd kunnen worden. Transparantie en eerlijkheid zijn belangrijk voor ‘The Electronic Intifada’. We denken niet dat onze geloofwaardigheid vermindert met over Palestina te berichten, sommige noemen ons pro-Palestijns. Dat is niet het label dat ik zou geven.”

Waarom word je niet graag pro-Palestijns genoemd?

“Ze noemen The New York Times of CNN toch ook niet pro-Israël? Vanaf het moment dat je een label opgeplakt krijgt, daalt je geloofwaardigheid. Wij dragen journalistieke standaarden hoog in het vaandel.”

Hoe komt ‘The Electronic Intifada’ aan zijn inkomsten? Wordt er vanuit het Westen financiële ondersteuning geboden en heeft dit een effect op de redactielijn?

“De meeste steun ontvangen wij van onze lezers. Hun donaties zijn samen goed voor 65 tot 70 procent van onze inkomsten. De laatste jaren hebben we ook een toelage gekregen van een Nederlandse stichting genaamd ICCO (nvdr: ICCO is de Nederlandse interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking). Deze instantie ondersteunt ook enkele NGO’s in Palestina. ICCO probeert onze redactielijn nooit te beïnvloeden, maar vorig jaar was er veel heisa.”

Waarover ging die heisa?

“ICCO en ‘The Electronic Intifada’ werden aangevallen door een rechtse Israëlische groep genaamd NGO Monitor. Deze groep doet dit wel vaker, ook bij niet-gouvernementele organisaties. Zij claimt dat elke kritiek op Israël of elke keer dat mensenrechten worden ingeschakeld er antisemitische en/of anti-Israëlische denkbeelden achter schuilen.”

“Het doel van NGO Monitor toendertijd was het uitoefenen van een zekere invloed op ICCO en de Nederlandse regering.  ICCO ontvangt immers financiële ondersteuning van de Nederlandse regering. Bijgevolg beweerden The Jeruzalem Post en ook enkele Nederlandse media stelselmatig dat de Nederlandse regering een antisemitische website ondersteunde.”

Zat er een zekere waarheid in die berichtgeving?

“Neen het sloeg echt nergens op, maar dat verhinderde de Nederlandse regering niet om ‘The Electronic Intifada’ te delegitimiseren. Uiteraard zijn wij daar tegenin gegaan, want ze hebben ons nooit geconsulteerd over dit onderwerp en dan opeens uiten ze hun bezorgdheid.”

“NGO Monitor deed dit om de Nederlandse civiele samenleving tegen ‘The Electronic Intifada’ op te zetten. En we hebben nog voorvallen in die aard gekend. Ik wil eigenlijk gewoon zeggen dat ‘The Electronic Intifada’ financiële ondersteuning enkel toelaat als er geen politieke voorwaarden aan verbonden zijn.”

‘The Electronic Intifada’ kan dus overleven zonder…

“Absoluut! Op korte termijn is het een uitdaging, maar we laten niet toe totaal afhankelijk te worden zijn van institutionele steun. Die afhankelijkheid is jammer genoeg wel degelijk een probleem voor de meeste NGO’s in Palestina sinds de Oslo-akkoorden.”

Palestijnse NGO’s en sommige Palestijnse nieuwsbronnen hebben financiering van het Westen nodig om te overleven. Dit kan politieke gevolgen hebben die het intern debat ondergraven inzake de prioriteiten van het Palestijnse volk. Ervaar je dit bij ‘The Electronic Intifada’?

“‘The Electronic Intifada’ tracht onafhankelijk te werken, we hebben daar dus zeer weinig last van. Bij NGO’s is die invloed sterker aanwezig, maar ze bevindt zich op een subtiel niveau. Het betreft geen direct bevel over hoe NGO’s zich dienen te gedragen, maar het produceert een situatie waarin mensen zelfcensuur aan de dag leggen. Volgens mij is dat nog gevaarlijker.”

Uit onderzoek blijkt inderdaad dat censuur in de Bezette Gebieden vooral zelfopgelegde censuur of heimelijke censuur betreft. Niet enkel vanwege de afhankelijkheid van het Westen, maar ook vanwege ervaringen met de Palestijnse Autoriteit. Er is dus een vorm van controle in de hoofden van journalisten die niet manifest wordt opgelegd. Ondervindt ‘The Electronic Intifada’ ook hinder van de Palestijnse Autoriteit?

“Eerlijk gezegd maakt het ons niet uit. We horen ze niet rechtstreeks en ze kunnen ons niets doen. Dus we laten verschillende meningen aan bod komen, ook al druisen ze in tegen het beleid van de Palestijnse Autoriteit.”

Je sprak reeds over de tegenkanting van Israël die ‘The Electronic Intifada’ ondervindt. Wat is jouw mening omtrent de Israëlische lobby?

“Die lobby heeft veel componenten. Een belangrijke vraag betreft: ‘Is de Israëlische lobby een onafhankelijke factor of is ze zo machtig wegens de link met Amerikaanse imperialistische belangen?’. Zonder daar op in te gaan, kan ik zeggen dat ze heel machtig is en mede daardoor het publiek discours bepaalt.”

“Ze is echter niet almachtig, want de lobby wordt steeds meer uitgedaagd. Ook al is er in de Verenigde Staten een consensus te bespeuren tegenover Israël, toch wordt de lobby onder de oppervlakte wel gecontesteerd. Er bestaat namelijk een sterke gedachte binnen het Amerikaanse militaire en politieke establishment dat Israël aansprakelijk is. Niet aansprakelijk voor het schenden van de mensenrechten van de Palestijnen, wel aansprakelijk voor de Amerikaanse hegemonie en imperialisme in de regio. Ze stellen zich vragen over Israël, dus niet omdat ze pro-Palestijns zijn, maar ze zien Israël als een last voor het vooropgestelde doel van de Verenigde Staten.”

Proberen Palestijnen ook te lobbyen?

“Sommige Palestijnen proberen ook lobbygroepen te vormen, maar dit zonder veel resultaat. Ze hebben de VS immers niets te bieden. De VS ontvangt de diensten die ze nodig heeft rechtstreeks van verschillende Arabische regimes uit de regio.”

Comments are closed.