Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Hoe Israël Gaza aan de rand van de afgrond bracht

Avi Schlaim

Avi Schlaim is een bekende Israëlische historicus, een van de eersten van de ‘nieuwe historici’ die aan het werk gingen om de Israëlische ontstaansgeschiedenis te ontdoen van mythologie. Hij is op dit moment professor Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Oxford. De Israëlische oorlog tegen Gaza is niet begonnen met het afschieten van raketten, zoals Israël ons graag wil doen geloven. Daarom is het belangrijk het gebeuren in een historisch accurate context te zetten. Schlaim heeft daar een beknopt begin mee gemaakt. Anja Meulenbelt vertaalde het en voegde wat voetnoten toe. Het origineel is hier te vinden. Een artikel dat je moet lezen!

De enige manier om de onbegrijpelijke oorlog van Israel in Gaza te begrijpen is door het te plaatsen in een historische context. Het stichten van de staat Israel in 1948 is gepaard gegaan met een enorm onrecht tegenover de Palestijnen. De Britten waren vol verwijten over de Amerikaanse partijdigheid tegenover de prille staat. Op 2 juni 1948 schreef Sir John Troutbeck aan de minister van Buitenlandse Zaken, Ernest Bevin, dat de Amerikanen verantwoordelijk waren voor het scheppen van een gangster staat met aan het hoofd ‘ een volstrekt gewetenloze bende leiders’. Eens dacht ik dat dit oordeel te hard was, maar Israels verschrikkelijke aanval op de bevolking van Gaza, en de medeplichtigheid van de Bush administration in deze aanval, hebben mij op andere gedachten gebracht.

Ik schrijf als iemand die in de jaren zestig loyaal in het Israelische leger gediend heeft, en die nooit twijfels had over het bestaansrecht van de staat Israël binnen de grenzen van 1967. Wat ik volstrekt afwijs is het zionistische koloniale project aan de andere kant van de Groene Lijn (1). De Israëlische bezetting van de Westoever en de Gazastrip na juni 1967 had heel weinig te maken met veiligheid en alles met territoriaal expansionisme. Het doel was om een Groot Israël te stichten door middel van permanente politieke, economische en militaire controle over de Palestijnse Gebieden. Met las gevolg een van de meest langdurige en gewelddadige militaire bezettingen in het moderne tijdperk.

Veertig jaar van Israëlische heerschappij hebben een onmetelijke schade aangericht aan de economie van de Gaza Strip. Met een grote bevolkingsgroep aan vluchtelingen van 1948 opeengedreven in een minimaal strookje land, zonder infrastructuur of natuurlijke grondstoffen, leek de toekomst van Gaza toch al niet zo voorspoedig. Maar Gaza is niet simpelweg een geval van onderontwikkeling, maar een heel specifiek en wreed geval van opzettelijke on-ontwikkeling (2). Om de bijbelse uitdrukking te gebruiken, Israël veranderde de bevolking van Gaza in ‘houthakkers en waterdragers’, een arbeidsleger aan goedkope arbeidskracht en een afzetmarkt voor Israëlische producten. De ontwikkeling van een lokale industrie werd actief ontmoedigd en gehinderd teneinde het voor de Palestijnen onmogelijk te maken om hun afhankelijkheid van Israel te beëindigen, en zodoende nooit de economische voorwaarden te kunnen ontwikkelen die nodig zijn voor werkelijke politieke onafhankelijkheid.

Gaza is een klassiek geval van koloniale uitbuiting in het post-koloniale tijdperk. Joodse nederzettingen in bezet gebied zijn immoreel, illegaal, en een onoverkomelijke struikelblok voor vrede. Ze zijn tegelijkertijd een middel tot uitbuiting en een symbool van de gehate bezetting. In Gaza waren er maar achtduizend joodse kolonisten (in 2005) op 1,4 miljoen inheemse bevolking. Toch hadden de nederzettingen een kwart van het gebied tot hun beschikking, 40% van het bebouwbare land, en het leeuwendeel van de waterbronnen. Als haringen in een ton levend tegen het gebied van de buitenlandse indringers aan, leefde de inheemse bevolking in bitttere armoede en een ongelooflijke ellende. Nog steeds leeft 80% van hen van niet minder dan twee dollar per dag. De slechte levensomstandigheden in de Gazastrip zijn een aanfluiting voor de beschaafde waarden die we hanteren, ze zijn de aanleiding voor verzet, en ze vormen een broedplaats voor politiek extremisme.

In augustus 2005 trok de Likoed regering, onder het hoofd van Ariel Sharon zonder onderhandelingen, eenzijdig, de achtduizend kolonisten uit Gaza terug, en vernielde de huizen en broeikassen die ze achter hadden gelaten (3) Hamas, de islamitische verzetsbeweging, was het gelukt om de Israëli’s uit Gaza te verdrijven. Die terugtrekking was een vernedering voor het leger (4). Naar de buitenwereld deed Sharon alsof de terugtrekking een bijdrage was voor de vrede, gebaseerd op een twee-staats oplossing. Maar in het jaar erna werden 12.000 kolonisten gehuisvest op de Westoever, waarmee nog minder ruimte overbleef voor een onafhankelijke Palestijnse staat. Land roven en vrede stichten sluiten elkaar uit. Israel had een keuze en koos meer land boven vrede.

Het werkelijke doel was om eenzijdig de grenzen van Groot-Israel te bepalen door de grote nederzettingen op de Westoever te annexeren en bij Israel te trekken. De terugtrekking uit Gaza was dus geen begin van een vredesovereenkomst met het Palestijnse Gezag, maar het begin van een verdere zionistische expansie op de Westoever. Een beslissing die, naar mijn mening onterecht, werd gezien als in het algemeen belang van Israel. Feitelijk gaat het daarbij om een fundamentele afwijzing van de Palestijnse nationale identiteit, de terugtrekking uit Gaza was in werkelijkheid een poging om ook op de lange termijn te verhinderen dat het Palestijnse volk enige onafhankelijk politiek bestaan op konden bouwen op hun eiegn land.

De kolonisten werden uit Gaza teruggetrokken, maar de Israelische soldaten hielden verder alles onder controle, de toegang tot de Gazastrip, zowel over land, door de lucht als over het water. Gaza werd van de ene op de andere dag een grote openluchtgevangenis. Vanaf het moment dat de kolonisten vertrokken waren had de Israelische luchtmacht de volledige vrijheid om daar te bombarderen, om sonic booms te veroorzaken door laag over het land door de geluidsbarriere te vliegen, en daarmee de onfortuinlijke bewoners van de gevangenis te terroriseren.

Israel schildert zichzelf graag af als een democratische oase in een zee van totalitaire regimes. Maar Israel heeft in zijn gehele geschiedenis nooit ook maar iets gedaan om de democratie aan de Arabische kant te ondersteunen, en veel om die te ondermijnen. Israel heeft een lange geschiedenis van geheime overeenkomsten en samenwerking met reactionaire Arabische regimes die meewerken om het Palestijnse nationalisme te onderdrukken. Ondanks al die belemmeringen is het Palestijnse volk er in geslaagd om een begin te maken met de enige werkelijke democratie in de Arabische wereld, met Libanon als enige andere uitzondering. In januari 2006 werden vrije en eerlijke verkiezingen gehouden voor de Wetgevende Raad van het Palestijnse Gezag (5), waarmee de Hamas-regering aan de macht kwam. Israel besloot onmiddelijk om de democratische verkozen regering niet te erkennen, naar zij zeiden omdat Hamas een terroristische organisatie was.

Schaamteloos volgden Amerika en Europa Israel in hun pogingen om Hamas uit te sluiten en de demoniseren, beginnend met het inhouden van de belastingopbrengsten en het tegenhouden van buitenlandse hulp. Er volgde een surrealistische situatie, waarbij de internationale gemeenschap economische sancties oplegde, niet aan de bezettende mogendheid maar op degenen die onder bezetting moeten leven, niet aan de onderdrukker maar aan de onderdrukten.

Als zo vaak in de tragische geschiedenis van Palestina waren het de slachtoffers die de schuld kregen van hun eigen ongeluk. Israels propaganda machine draaide volle toeren om de wereld te laten geloven dat de Palestijnen terroristen zijn, dat ze samenleven met de joodse staat afwijzen, dat hun nationalisme gelijk staat aan antisemitisme, dat Hamas niet meer is dan een bende religieuze fanaten, en dat de islam niet te verenigen is met een democratie. In werkelijkheid zijn de Palestijnen hele gewone mensen met hele gewone wensen. Ze zijn niet beter, maar ook niet slechter dan willekeurig welke andere nationale groep. Wat zij boven alles willen, is een stuk land dat ze hun eigen land kunnen noemen, waarop ze in vrijheid en waardigheid kunnen leven.

Net als andere radicale bewegingen, begon Hamas met de matiging van hun politieke programma toen ze eenmaal aan de macht waren. Van de volledige afwijzing van Israel in hun oorspronkelijke handvest bewogen ze zich in de richting van een pragmatische acceptatie van de twee-staats oplossing. In maart 2007 vormden ze met fatah een eenheidsregering die bereid was om met Israel te onderhandelen over een wapenstilstand voor lange tijd. Maar Israel weigerde om te onderhandelen met een regering waar ook hamas plaats in had.

Israel ging door met het aloude spel van verdeel en heers, en stoken tussen de rivaliserende partijen. Aan het eind van de jaren tachtig had Israel al Hamas ondersteund, toen nog in een pril stadium, zodat zij Fatah konden ondermijnen, de seculiere nationale beweging die geleid werden door Yasser Arafat. En nu begon Israel de corrupte en plooibare Fatah leiders te belonen voor het omverwerpen van hun religieuze politieke rivalen en de macht over te nemen. Agressieve Amerikaanse neocons participeerden ook in de sinistere samenzwering om Fatah opnieuw aan de macht te helpen. Hun inmenging was van cruciaal belang bij het ineenstorten van de eenheidsregering en de machtsovername van Hamas, nadat ze in juni 2007 een coup van Fatah hadden verijdeld.

De oorlog die Israel op 27 december begon tegen Gaza was een vervolg op kleinere confrontaties en botsingen met de Hamas regering. Maar breder gezien is het een oorlog, niet met Hamas, maar met het hele Palestijnse volk dat Hamas immers had verkozen. Het doel dat Israel aangaf was om Hamas te verzwakken, en de druk op hun leiders op te voeren en ze daarmee te dwingen in te stemmen met een wapenstilstand op Israels voorwaarden. Het doel dat niet expliciet wordt gemaakt is om er voor te zorgen dat de hele wereld de Palestijnen van Gaza als niets anders meer zien dan als een humanitair probleem, en daarmee onze aandacht af te leiden van waar het in essentie om gaat: om hun strijd voor onafhankelijkheid en een eigen staat.

De timing van deze oorlog is ingegeven door politiek opportunisme. De landelijke verkiezingen zijn gepland op 10 februari, en in de verkiezingscampagne streven alle deelnemers ernaar om zo stoer mogelijk over te komen. De top bobo’s van het leger hadden al langer staan de trappelen om Hamas een dodelijke slag toe te brengen, om hun eigen in de mislukte oorlog tegen Hezbollah in juli 2006 beschadigde reputatie te herstellen. Israels cynische leiders konden ook rekenen op de apathie en de slapheid van de pro-westerse Arabische regimes en de blinde steun van President Bush in de nadagen van zijn ergeringsperiode in het Witte Huis. Bush deed braaf wat hem gevraagd werd en gaf de gehele schuld voor de crisis aan Hamas, en sprak zijn veto uit tegen de voorstellen van de VN veiligheidsraad om ogenblikkelijk een wapenstilstand te sluiten en gaf daarmee Israel carte blanche om een grondoffensief in Gaza te beginnen.

Zoals altijd speelt het machtige Israël dat zij het slachtoffer zijn van de Palestijnse agressie, maar de formidabele machtsongelijkheid tussen de twee partijen laten weinig ruimte voor twijfel wie het werkelijke slachtoffer is. Dit is werkelijk een conflict tussen David en Goliath (6) maar het bijbelse beeld is nu omgedraaid – een kleine en weerloze Palestijnse David die oog in oog staat met een zwaar bewapende, meedogenloze en overdonderende Goliath. En zoals altijd wordt her brute militaire geweld vergezeld gegaan van de retoriek van slachtofferschap en een mengelmoes van zelfmedelijden en gelijkhebberij. In het Hebreeuws staat dat bekend als het syndroom van bokhim ve-yorim, “wenen terwijl je schiet”.

Zeker is Hamas geen geheel onschuldige partij in dit conflict. Toen ze zagen dat de verkiezingsoverwinning hen door de neus geboord werd, en ze geconfronteerd werden met een gewetenloze tegenstander, namen ze hun toevlucht tot het wapen van de zwakken: terreur. Militanten van Hamas en de Islamitische Jihad bleven Kassam raketten afschieten op de Israelische nederzettingen aan de grens bij Gaza, tot Egypte in juni bemiddelde bij een staakt-het-vuren die zes maanden zou duren. De schade die de primitieve raketten veroorzaken is klein, maar het psychologische effect is groot, en dat bracht de Israelische bevolking er toe om hun regering om bescherming te vragen. Onder de omstandigheden had Israel het recht om zichzelf te verdedigen maar zijn reactie op deze speldenprikken was volstrekt buiten proportie. De cijfers spreken voor zich. In de drie jaar na de terugtrekking uit Gaza werden er elf Israeli’s gedood door de aanvallen met raketten. Aan de andere kant, werden alleen al in de periode tussen 2005 en 2007 1290 Palestijnen gedood, waaronder 222 kinderen.

Ongeacht het aantal, burgers doden is altijd verkeerd. Dat geldt voor Israel net zo goed als voor Hamas. Maar Israel reageerde altijd al met een ongebreidelde en ongekende wreedheid tegen de bewoners van gaza. Israel stelde ook de blokkade in van Gaza, nadat de wapenstilstand in werking ging, wat in de ogen van Hamas neerkwam op ene schending van de afspraken. Gedurende de wapenstilstand hield Israel elke export uit gaza tegen, wat tegen het verdrag van 2005 is, en wat leidde tot een scherpe daling van de werkgelegenheid. Het officiele werkloosheidscijfer is 49,1%. Tegelijkertijd verlaagde Israel het aantal vrachtwagens dat toegestaan werd om Gaza in te rijden met voedsel, benzine, gas om op de koken, reserve onderdelen voor het irrigatiesysteem, en medische goederen. Het is moeilijk voorstelbaar hoe het uithongeren en kou laten lijden van de bevolking van Gaza bij kan dragen tot de veiligheid van de mensen aan de Israelische kant van de grens. Maar zelfs als dat wel zou hebben geholpen, dan nog was het immoreel, een vorm van collectieve straf die absoluut verboden is in het internationale humanitaire recht.

De bruutheid van de Israelische soldaten wordt alleen overtroffen door de leugenachtigheid van hun woordvoerders. Acht maanden voor de huidige oorlog op Gaza begon had Israel al een Nationaal Informatie Bureau in leven geroepen. Hun taak was om de boodschap te verspreiden dat het Hamas was die de wapenstilstand had verbroken, dat het Israel alleen gaat om het verdedigen van hun bevolking, en dat de Israelische troepen er alles aan doen om onschuldige burgers te ontzien. Israels spin doctors, hun propagandisten, zijn er opmerkelijk succesvol in om deze boodschap te verspreiden. Maar in essentie bestaat hun propaganda uit een boel leugens.

Er is een brede kloof tussen de verhalen van de woordvoerders en de werkelijkheid van Israels daden. Het was niet Hamas die de wapenstilstand verbrak. Het israelische leger deed een inval in Gaza op 4 november, waarbij zes Hamas mensen werden gedood. Het gaat er Israel niet alleen om om hun bevolking te beschermen, maar uiteindelijk om de Hamas regering ten val te brengen, door de bevolking op te zetten tegen hun leiders. En Israel deed er niets aan om de burgers te sparen, integendeel, Israel is schuldig aan de niets ontziende bombardementen, en aan een drie jaar durende blokkade die de nu anderhalf miljoen tellende bevolking van Gaza aan de rand van een humanitaire ramp brachten.

De bijbelse spreuk van een oog voor een oog, is op zich al wreed genoeg. Maar Israels krankzinnige aanval op Gaza lijkt uit de gaan van een oog voor een wimper. Na acht dagen van bombardementen met een dodental van meer dan 400 Palestijnen en 4 Israëli’s vond dat kabinet van brallers het nog nodig om met een grondoffensief te komen, waarvan de gevolgen niet zijn te overzien.

Geen enkele militaire escalatie kan Israel vrijwaren voor raketten van de militaire vleugel van Hamas. Ondanks alle dood en verderf die Israel over ze heeft uitgestort, hebben ze hun verzet niet gestaakt en zijn doorgegaan met het afvuren van raketten. Hamas is een beweging die slachtofferschap en martelaarschap hoog in het vaandel hebben. Er is geen militaire oplossing voor een conflict tussen twee samenlevingen. Het probleem met Israels idee over veiligheid is dat het geen enkele rekening wenst te houden met de meest elementaire veiligheid van die andere samenleving. De enige manier waarop Israel veiligheid kan verkrijgen voor de eigen bevolking is niet door te schieten, maar door met Hamas te gaan praten. Hamas heeft herhaaldelijk aangegeven bereid te zijn om te onderhandelen over een wapenstilstand voor een lange periode, 20, 30 of 50 jaar, op basis van een joodse staat binnen de grenzen van 1967. Israel heeft dit aanbod afgewezen om dezelfde reden dat het het vredesplan van de Arabische Liga van 2002 heeft afgewezen – het aanbod ligt er nog steeds, Israel is niet bereid tot concessies of compromissen.

Deze korte samenvatting van het Israelische beleid van de laatste veertig jaar maakt het onmogelijk om een andere conclusie te trekken dan dat Israel een schurkenstaat is geworden met een bende meedogenloze leiders aan de top. Een schurkenstaat die routinematig het internationale recht schendt, in bezit is van wapens van massavernietiging, en die terrorisme – het gebruik van geweld tegen burgers voor politieke doeleinden. Israel voldoet aan alle drie de criteria voor een schurkenstaat. Ze kunnen daar niet onderuit.

Het uiteindelijke doel van Israel is niet een vreedzame coexistentie met zijn Palestijnse buren, maar militaire overheersing. Het blijft de fouten uit het verleden wegpoetsen met nieuwe fouten. En nog rampzaliger fouten. Politici, net als andere mensen, staat het natuurlijk vrij om de leugens en de fouten van het verleden te herhalen. Maar ze zijn er niet toe verplicht.

Voetnoten (door Anja Meulenbelt) :
(1) De Groene Lijn is de grens tussen de Westoever en Gaza, en Israël, zoals die bestond tussen 1948 en 1967, toen Israël de gebieden veroverde op respectievelijk Jordanië en Egypte. Israel heeft nooit aan willen geven waar hun grenzen liggen, aan de ene kant behandelen ze de Palestijnse gebieden alsof ze al deel uitmaken van Groot-Israël, aan de andere kant behandelen ze de gebieden als vijandig buitenland, waar ze niet voor verantwoordelijk zijn en waar je oorlog mee kunt voeren.
(2) Schlaim neemt hier een uitdrukking over van econome Sara Roy, “de-development”, het tegendeel van ontwikkeling dus. Roy heeft meerdere studies geschreven over de tactiek van Israël om de eigen economie van Gaza te vernietigen, en daarmee de Gazaanse bevolking voor de meest essentiele zaken van Israel afhankelijk te maken. Jaren terug, ik heb dat nog meegemaakt, werd Gaza gebruikt als een goedkoop arbeidsreservoir, en ook als een afzetgebied. Gedurende de Israëlische bezetting is de economie van Gaza steeds verder verwoest en de levenstandaard verder omlaag gegaan, tot nu het grootste deel van de bevolking moet leven onder de armoedegrens (van 2 dollar per dag per persoon) en afhankelijk is van internationale voedselhulp. Vandaar dat de miljoenen die er naar Gaza gaan om de bevolking niet letterlijk te laten creperen maar voor een heel klein deel gebruikt kunnen worden om iets in Gaza op te bouwen – zolang de blokkade duurt en er niets in- of uitgevoerd kan worden is elke ontwikkeling geblokkeerd. Zie Roy, hier.
(3) Bij de meeste koloniale ondernemingen laat de koloniserende mogendheid na terugtrekking nog wel iets achter: schoolgebouwen, kerken, ziekenhuizen. Israel liet niets achter. Ik heb zelf waar kunnen nemen, nadat de kolonisten uit Gaza waren teruggetrokken dat alles was vernield, inclusief de elektriciteit en de waterleiding. Alleen een aantal broeikassen die aan de VS werden verkocht stonden nog.
(4) Ik ben het er overigens niet eens met Schlaim dat Israel door Hamas gedwongen was om zich uit Gaza terug te trekken, en dat dat een ‘vernedering’ was. Het is waar dat door het verzet van de Gazanen veel verdediging aanwezig moest zijn om die paar duizend kolonisten te beschermen (waarvan de meesten volgens de bevolking In Gaza vaak niet eens aanwezig waren) maar de doorslaggevende argumenten om ze terug te trekken waren volgens anderen a. dat de nederzettingen niet rendabel waren – het was duur om ze te handhaven, dat b. er weinig te winnen viel voor Israël aan land, anders dan op de Westoever, omdat Gaza al zo enorm overbevolkt was, en c. dat de aanwezigheid van de kolonisten Israël verhinderde om voluit oorlog te voeren en te bombarderen. De eerste daad van Israël toen de kolonisten weg waren was een zenuwenoorlog te beginnen tegen de bevolking, door dag en nacht straaljagers vlak boven de grond door de geluidsbarrière te laten vliegen. Dat gaf enorme knallen, waar veel ruiten van sneuvelden, kinderen totaal over hun toeren raakten, en mensen niet meer sliepen.
(5) De Wetgevende Raad lijkt het meest op een parlement, maar is dat officieel nog niet omdat de Palestijnse gebieden formeel geen staat zijn. Hun macht was uiteraard beperkt tot de wetgeving die intern moest gelden, omdat de meeste macht over Gaza in handen is van Israel. Het Palestijnse parlement gaat niet over de grenzen, wie en wat er in en uit kunnen, en ook het bevolkingsregister is nog steeds in handen van Israël.
(6) Het David en Goliath verhaal is zeer geliefd in de Israëlische mythologie. Bij de propagandistische ontstaansgeschiedenis van Israël hoort het sprookje dat de zionistische troepen, David, heldhaftig stand hielden tegenover een meerderheid aan Arabische legers die de nieuwe staat binnenvielen om de prille joodse staat te vernietigen. De werkelijkheid is al door de nieuwe historici boven tafel gebracht: de zionistische troepen waren zowel numeriek en qua training en wapens ruimschoots superieur aan de Arabische legers, die slecht bewapend, slecht getraind en slecht gecoördineerd waren, en bovendien weinig gemotiveerd. De Palestijnse strijders waren bovendien de neergeslagen opstanden van voor 1948 nog niet te boven gekomen, waarbij veel van hun manschappen waren gesneuveld.

Tags: , , ,

One Response to “Hoe Israël Gaza aan de rand van de afgrond bracht”

  1. januari 15th, 2009 at 18:24

    Palestina Weblog » Blog Archive » De geschiedenis is niet begonnen met de Qassams says:

    […] vzw « Hoe Israël Gaza aan de rand van de afgrond bracht Europese Commissie stelt opwaardering relaties met Israël uit […]