Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Russell Tribunaal Palestina: Dexia, Caterpillar en G4S schuldig aan oorlogsmisdaden

Hervé Gautresona

Twaalf bedrijven maken zich schuldig aan oorlogsmisdaden

Twaalf bedrijven maken zich schuldig aan oorlogsmisdaden

Twaalf bedrijven maakten zich medeplichtig aan Israëlische oorlogsmisdaden. Een van hen is de bekende Frans-Belgische bank Dexia. Zij financierde investeringen in Israëlische kolonies.

Het Russell Tribunaal in Londen lokte volle zalen en kreeg heel wat mediabelangstelling: TF1, Reuters, Al-Jazeera, RTBF… De experts en vooraanstaande figuren1 van het Russell Tribunaal over Palestina onderzochten het vraagstuk van de medeplichtigheid van bedrijven aan de schending van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht door de staat Israël. Twaalf ondernemingen werden onder de loep genomen omwille van hun investeringen in de Israëlische kolonies en in de bezette Palestijnse gebieden. Het ging onder meer over de levering van diensten en infrastructuur in de kolonies, de bevoorrading van Israël met militair, bezettings- en repressiematerieel, de uitvoer van landbouwproducten uit de Bezette Gebieden en de financiering door de banken van Israëlische kolonies. Dergelijke investeringen betekenen dat men de Israëlische politiek aanvaardt.

Dexia: ruim 45 miljoen euro
Tot de in België meest bekende bedrijven behoren de Frans-Belgische bank Dexia, de Franse multinational Veolia Environnement, de Amerikaanse industriële bouwgroep Caterpillar en de Engels-Deense onderneming G4S (Group 4 Security).

Mario Franssen van Intal en woordvoerder van de campagne Israël koloniseert, Dexia financiert toonde voor het Tribunaal aan hoe Dexia medeplichtig is door zijn investeringen in Israëlische kolonies. In 2001 verwierf Dexia de controle over de Israëlische bank Otzar Hashilton Hamekomi en opende dus een filiaal Dexia-Israël. Sindsdien bedroeg de financiering van de kolonies met leningen al meer dan 45 miljoen euro. “Die financieringen worden bewezen door documenten die ingekeken kunnen worden bij de Knesset, het Israëlisch Parlement. Dexia heeft het nooit ontkend”, zegt Mario.

In 2008 en 2009 financierde Dexia 12 nieuwe nederzettingen met  hypothecaire leningen. En dat cijfer slaat alleen op de publiek gemaakte financieringen. In feite schendt Dexia haar eigen ethische code die bepaalt dat de bank “ervoor moet zorgen niet medeplichtig te zijn aan schendingen van de mensenrechten”.

Ook andere ondernemingen werden schuldig bevonden. Hoewel ze daartoe uitgenodigd werden verkozen ze zich niet te komen verantwoorden voor het Russell Tribunaal. Een van die bedrijven, de Franse onderneming Veolia, bouwt een tramlijn tussen Oost-Jeruzalem en een kolonie. Aquiris, het Belgische filiaal van Veolia, kwam eind 2009 in het nieuws door de verontreiniging van de Zenne in Brussel.

Caterpillar, dat 4.500 mensen tewerkstelt in Gosselies, leverde bulldozers, die  worden ingezet bij de vernietiging van Palestijnse huizen. Woensdag 24 november werden nog maar eens Palestijnse huizen vernietigd. En ten slotte is er G4S, in België goed voor 5.000 werknemers, dat het Israëlisch leger voorziet van uitrusting en onderhoudsmaterieel voor de check-points.

Een en ander maakt duidelijk dat de staten, gewesten en gemeenten zich onrechtstreekse ook medeplichtig maken. Dexia is daar het typevoorbeeld van. Verdeling van de aandelen van Dexia ziet er zo uit: de gemeentelijke holding 14,8%; de Belgische regering 5,7%; de Franse regering 5,7%; de drie Belgische gewesten samen 5,7%; de Franse ‘Caisse des dépôts en consignations’ 17,6 %. Alles samen zijn 49,5% van de aandelen in handen van openbare aandeelhouders. Idem bij Veolia. Daar heeft de Franse Caisse des dépôts en consignations 9,6 % van de aandelen in handen.

1. Jury van het Russell Tribunaal: Stéphane Hessel, ambassadeur Frankrijk; Mairead Corrigan Maguire, Nobelprijs voor de Vrede 1976, Noord-Ierland; John Dugard, professor Internationaal Recht, Zuid-Afrika; Lord Anthony Gifford, advocaat, Groot-Brittannië; Ronald Kasrils, auteur en activist, Zuid-Afrika; Michael Mansfield, advocaat, Groot-Brittannië; José Antonio Martin Pallin, rechter emeritus aan het Hoger Gerechtshof, Spanje; Cynthia McKinney, oud-lid van het Amerikaanse Congres, presidentskandidate voor de Green Party in 2008, VS

Comments are closed.