Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

De “onbreekbare band tussen Israël en de VS”

Ludo De Brabander

President Obama: "Ik zal altijd in de bres springen voor Israëls recht om zich te verdedigen in de Verenigde Naties en in de wereld"

President Obama: "Ik zal altijd in de bres springen voor Israëls recht om zich te verdedigen in de Verenigde Naties en in de wereld"

Verschillende decennia al werpen de VS zich op als bemiddelaar in het Palestijns-Israëlisch conflict. Maar kan het land die rol wel vervullen als het tegelijk de grootste bondgenoot is van een van de partijen, Israël, dat het zwaar bewapent en diplomatiek tegen elke kritiek of veroordeling afschermt?

Ook onder president Obama onderhouden het kleine maar militair machtige Israël en de met tegenstrijdige regionale belangen kampende supermachtige Verenigde staten buitengewoon nauwe relaties. Nochtans is Israël een bezettingsmacht die tal van VN-resoluties weigert uit te voeren en die geregeld zware kritiek over zich heen krijgt voor mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. De Amerikaanse diplomatieke steun voor Israël is ongezien. Binnen de Verenigde Naties staan de VS, dikwijls alleen en nagenoeg onvoorwaardelijk achter Israël wanneer het land veroordeeld wordt of ter verantwoording wordt geroepen.In zijn fameuze Caïro-toespraak (april 2009) vertelde president Obama zijn Arabische toehoorders dat de banden van zijn land met Israël onbreekbaar zijn. Maar, opvallend, hij zei ook dat hij de legitimiteit van bijkomende Israëlische nederzettingen niet zou erkennen omdat ze een inbreuk betekenen op eerdere akkoorden en vredesinspanningen ondermijnen. De Israëlische premier Netanyahu zag zich daarop verplicht een tijdelijk moratorium af te kondigen op de bouw van nieuwe nederzettingen dat op 26 september 2010 afloopt. Hoewel dat nu het pad effent voor nieuwe onderhandelingen is de kans dat het met Obama nu wel tot een blijvend akkoord komt uiterst klein. Premier Netanyahu weigert immers het moratorium te verlengen en op de Israëlische legerradio was te horen dat Israël klaar is om meteen werk te maken van ‘enkele duizenden’ nieuwe wooneenheden in 57 nederzettingen. Voor de Palestijnen is dat onaanvaardbaar omdat het de oprichting van een leefbare Palestijnse staat hypothekeert.

Officieel verdedigt de Amerikaanse regering een twee-staten-oplossing. Maar het laat wel de grenzen en de afspraken tussen die staten afhangen van de resultaten van de onderhandelingen. Probleem is dat de machtsverhoudingen tussen beide onderhandelaars erg ongelijk zijn en Israël alle kaarten in handen heeft. Bovendien heeft Washington steevast geweigerd Israël hard aan te pakken voor zijn bouwwoede in de Westelijke Jordaanoever. De huidige Israëlische regering weet ook dat dit met Obama niet anders zal zijn. Zelfs als hij zou willen betekent dit in de VS politieke zelfmoord. In het Amerikaanse parlement bestaat er een consensus dat Israël in alle dossiers (Iran, Palestijnen, Libanon,…) op de volledige en onvoorwaardelijke steun kan rekenen.

Net als bij zijn voorgangers is de politiek van president Obama heel dubieus en verschilt hij uiteindelijk weinig van zijn voorgangers. llustrerend is de toespraak die toen nog senator Obama op 4 juni 2008 hield voor AIPAC, een machtige zionistische lobby: “De defensiesamenwerking tussen de VS en Israël is een succes en moet verdiept worden.” en verder: “We moeten militaire uitrusting uitvoeren naar onze bondgenoot Israël volgens dezelfde regels als van de NAVO. En ik zal altijd in de bres springen voor Israëls recht om zich te verdedigen in de Verenigde Naties en in de wereld.” Dat doet opnieuw vragen rijzen over de Amerikaanse rol als bemiddelaar.

Amerikaanse belangen
De Amerikaanse Midden-Oosten-politiek wordt grotendeels bepaald door geostrategische belangen en de kwestie van de energiebevoorrading. Al aan het eind van de Tweede Wereldoorlog controleerden Amerikaanse oliemultinationals 42 procent van de olieproductie in de regio hoofdzakelijk in Arabische landen, en geen in Israël. Toch zou President Truman de zionistische kaart trekken. Hij geloofde – tegen zijn minister van Buitenlandse Zaken George Marchall in – dat een op de VS georiënteerde staat met een vooral uit Europa en later VS afkomstige bevolking, een veel betrouwbaardere bondgenoot zou opleveren dan de wispelturige Arabische bevolking die ten prooi was aan het pan-Arabisch nationalisme.

De Verenigde Staten waren het eerste land dat Israël in 1948 erkende en volledige diplomatieke relaties aanbood. Zonder de VS kon de nieuwe staat Israël niet overleven. Begin jaren ’50 importeerde het land tien keer meer dan het exporteerde en de militaire uitgaven slorpten nagenoeg de helft van het regeringsbudget op. In 1949 besliste de VS-regering om geen belastingen te heffen op privé-donaties naar Israël. Geleidelijk groeide de geldstroom. Tussen 1949 en 1965 kreeg Israël gemiddeld 63 miljoen dollar per jaar, waarvan 95 procent economische en voedselhulp.i Een bescheiden militair hulpprogramma werd opgestart in 1959. Het groeiende Arabische nationalisme deed Washington besluiten dat ze de militaire hulp aan Israël moest vergroten. Het Witte Huis startte een omvangrijk militair hulpprogramma op met de levering van vliegtuigen en raketten. James Feron schreef op 11 juni 1966 in The New York Times dat : “de VS tot de conclusie zijn gekomen dat ze moeten steunen op een lokale macht – de afschrikkingskracht van een vriendelijke macht – als eerste lijn om een te directe Amerikaanse betrokkenheid te vermijden. Israël heeft begrepen dat ze aan die definitie voldoet.”

Militaire steun
Vanaf 1976 was Israël de belangrijkste ontvanger van Amerikaanse hulp tot het in 2003 werd voorbijgestoken door Irak. De laatste tien jaar ging het om bedragen die schommelden tussen de 2,5 en 3,5 miljard $. In 1998 werd beslist om de economische hulp te laten uitdoven en de militaire hulp op te trekken. In 2007 sloten beide landen een nieuw akkoord voor een hulppakket ter waarde van gemiddeld 3 miljard $ jaarlijks gedurende 10 jaar. Een kwart daarvan mag Israël in eigen land besteden. De overige driekwart moest besteed worden aan de aankoop van Amerikaanse wapens. De toenmalige onderminister van Binnenlandse Zaken zei dat “een veilig en sterk Israël in het belang is van de VS” en dat “vrede niet zal gemaakt worden zonder kracht”.ii Naast de militaire hulp kan Israël ook genieten van militaire samenwerkingsprojecten zoals het Strategische Defensie-Initiatief (SDI). Onder SDI ontwikkelt Israël het Arrow antirakettensysteem, waarvoor de Amerikaanse steun al is opgelopen tot 1 miljard $.

Het resultaat is dat Israël inmiddels een enorme slagkracht heeft ontwikkeld waardoor het in staat is om de Amerikaanse belangen te verdedigen wanneer dat nodig is. Israël beschikt over een sterk uitgeruste Israëlische luchtmacht, raketten met grote reikwijdte en een nucleair arsenaal van naar schatting enkele honderden kernkoppen. Bovendien kunnen Amerikaanse inlichtingendiensten beroep doen op hun Israëlische collega’s voor het verzamelen van informatie en undercoveroperaties. Voorts zijn de Arabisch-Israëlische oorlogen een ideaal testgebied voor Amerikaanse wapens en maken de ervaringen op het slagveld de sterk uitgebouwde Israëlische militaire industrie tot een begeerde partner voor het Amerikaans militair industrieel complex. Dat allemaal heeft Israël in staat gesteld de radicale nationalistische krachten in Libanon, Jordanië, Palestina en elders in de regio behoorlijke klappen toe te dienen. Dat geldt ook voor de nationalistische regimes die pogingen ondernamen om de petroleumvoorraden volledig onder hun controle te plaatsen.

Er heerst een grote consensus binnen de Amerikaanse elite van politiek en media over de steun aan Israël en de bezettingspolitiek en dat over de partijgrenzen heen. Dat geldt ook voor het meer linkse deel van de democraten die zich rond andere buitenlandse thema’s voorvechters tonen van mensenrechten en democratie. Er speelt dan ook meer mee dan louter strategische belangen. Israël roept historisch sentimenten op rond de holocaust en de angst om als antisemiet gebrandmerkt te worden. Edr is ook een zekere identificatie met de pioniersmentaliteit van de eerste zionisten en hun sociale experimenten binnen de Kiboets. Verder zijn er de vele miljoenen aanhangers van christelijk rechts die niet alleen bijbelse redenen hebben om de zionistische zaak te steunen, maar Israël als een frontstaat zien in de strijd tegen de ‘oprukkende’ islam. Hun invloed is de laatste jaren gegroeid. Uit een Gallup peiling begin dit jaar bleek dat 63 procent van de Amerikaanse bevolking zei dat ze meer sympathie hebben voor de Israëli’s terwijl de Palestijnen het moeten stellen met 15 % van de steun.iii Het was bijna 20 jaar geleden dat de steun voor Israël zo groot was. Ook de kracht van de joodse en zionistische lobby is niet te onderschatten. De invloedrijkste organisatie is AIPAC die er elk jaar in slaagt om de politieke elite te laten opdraven op haar jaarlijks congres. Tenslotte is er de wapenindustrie die er een groot belang bij heeft om de voor haar lucratieve militaire relaties met Israël te handhaven. En die steekt behoorlijke sommen geld in de electorale campagnes om politieke invloed ten gelde te maken. Israël vaart niet alleen militair wel bij de goede relaties. Sinds 1985 verloopt de handel tussen beide landen op basis van een vrijhandelsakkoord. Het heeft er voor gezorgd dat de Israëlische export naar de VS steeg tot 1,34 miljard $ (2008) tegenover een import uit de VS ter waarde van 525 miljoen. In een ander akkoord garanderen de VS de oliebevoorrading van Israël in geval van nood en een wet uit 2007 geeft toelating aan de Amerikaanse minister van Energie om giften te verlenen aan Israëlische instellingen voor onderzoek en commercialisering van alternatieve energiebronnen en energie-efficiëntie.

Indien Washington echt een vredesproces wil opstarten dan heeft het alle instrumenten in handen om Israël te doen schikken naar het internationaal recht. Maar nu zou het bijzonder naïef zijn om te geloven dat de VS in staat zijn, laat staan dat zouden willen, om tot een evenwicht en rechtvaardig vredesakkoord te komen.

Comments are closed.