Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Samia Botmeh: ‘Neutraliteit is geen verdienste’

Een academische en culturele boycot van Israël als laatste strohalm?

Tine Danckaers

samiobeth

Samia Botmeh van de Birzeit Universiteit (foto: Mo*)

Samia Botmeh, directeur van het Centrum voor Ontwikkeling aan de Universiteit van Birzeit, is lid van het stuurcomité van de Palestijnse campagne voor een academische en culturele boycot van Israël.  MO* stelde vragen bij de krijtlijnen en de effectiviteit van de boycot. Botmeh boycotte het gesprek niet en antwoordde gewillig.

Het idee om een internationale culturele en academische boycotactie op gang te trekken vanuit de bezette Palestijnse Gebieden, kreeg vorm in 2004. De brede campagne die oproept tot boycot, desinvestering en sancties (BDS) ten aanzien van Israël werd in 2005 gelanceerd.

Op korte termijn zoekt Samia Botmeh steun en solidariteit, op lange termijn wil ze gerechtigheid, dat Israël de internationale rechtsregels naleeft. Botmeh heeft geduld, ‘in Zuid-Afrika hebben ze er twintig jaar over gedaan, wij hebben op vijf jaar tijd al veel bereikt’.

Jullie lanceerden de boycotcampagne in 2005, de Tweede Intifada was uitgedoofd. Hadden de Palestijnen nog fut en zin om te vechten voor hun zaak?

Samia Botmeh: Het was inderdaad een moeilijke periode, mensen waren en zijn nog steeds moe. De bezetting claimt de energie van mensen.
We waren uitgeput in het zoeken naar alternatieven en methoden om een oplossing te vinden voor onze problemen. We hebben de gewapende strijd geprobeerd in de jaren 1970, we hebben geprobeerd om ons te engageren in samenwerkingsverbanden met de Israëlische civiele samenleving, we hebben geprobeerd om vredesakkoorden te tekenen met de Israëlische regering.

Wat heeft het opgeleverd, buiten een doorgedreven en continue onteigening van grond, vrijheid en rechten? Ook het vredesproces en de Oslo-akkoorden hebben noch verandering, noch goede dingen voortgebracht, integendeel. Het bestendigde het apartheidssysteem alleen maar. Israël schreef twee verschillende realiteiten in, één voor de kolonisten en één voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

Dat deed ons besluiten om op een andere manier naar internationale partners te zoeken. Het klinkt misschien dramatisch, maar de boycotcampagne kan je gerust een laatste strohalm noemen.

Een internationale boycot is een weinig populaire idee dezer dagen.

Samia Botmeh: Het is nochtans een heel krachtdadig solidariteitsinstrument. Het gaat om een niet-gewelddadige actie, en het draait om de betrokkenheid van de hele internationale gemeenschap. Met deze boycot zoeken we een internationaal verbond, in de vorm van solidariteit en praktisch engagement. We vragen dat mensen zich mee inzetten in de strijd tegen de apartheid.

Dat er internationaal krachten zijn die hun schouders heel praktisch onder de rechten van het Palestijnse volk zetten, is een heel krachtig signaal. Dat mensen via een praktische handeling een proteststem uitbrengen tegen de Israëlische schendingen van de Palestijnse mensenrechten, schept voldoening voor het individu dat zijn neen-stem uitbrengt, hij of zij krijgt de kans een steen bij te dragen. En de Palestijnen krijgen het idee dat ze er niet alleen voor staan, en dat mensen meer willen doen dan het bieden van morele steunverlening alleen.

Weten mensen in het Westen wel genoeg van de werkelijkheid in Israël en Palestina om een geïnformeerde keuze te kunnen maken voor of tegen de boycot?

Samia Botmeh: De feiten spreken voor zich. Vandaag zijn er meer dan 650 checkpoints op de Westelijke Jordaanoever, die onze mensen “cantoniseren” in acht verschillende enclaves. In de Westelijke Jordaanoever alleen heeft Israël 735 kilometers wegeninfrastructuur aangelegd exclusief voor kolonisten, op Palestijnse grond. Palestijnen mogen niet op die wegen.

Er is de continue grond- en huizenconfiscatie, de voortbouw van de nederzettingen, de scheiding van de Westelijke Jordaanoever van Gaza, het isolement van anderhalf miljoen Gazanen, en de omvang en brutaliteit van Israëls laatste aanslag op Gaza, de slachtingen, de bombardementen…

Dit zijn stuk voor stuk schendingen van het internationaal recht.
Sinds de kolonisatie van Palestina in 1948, heeft Israël meer dan zestig jaar voortgebouwd aan een politiek van etnische zuivering. Israël is zichzelf daarbij altijd blijven definiëren als een staat die enkel van en voor de joden is. Dat is pure apartheid waarvoor niemand gevoelloos mag blijven. Het is tijd dat Israël de internationale regels respecteert.

Enkele jaren geleden leidde de oproep tot een boycot tot diepe verdeeldheid binnen de ngo-wereld. Zo simpel is het dus niet.

Samia Botmeh: De ngo’s zijn niet mijn “core business”, maar ze spelen natuurlijk een essentiële rol wat sensibilisering en beeldvorming betreft.

Kijk, tachtig procent van de Gazanen eet op kosten van de internationale gemeenschap, op kosten van de ngo’s. Geloof me, niemand kiest voor die liefdadigheid. Wij willen die niet, wij willen verdere engagementen, die voorbij liefdadigheid gaan. Ngo’s bouwen op wat Israël platgebombardeerd heeft, lappen mensen op die Israël beschoten heeft, voeden de mensen die Israël verhongert door de grenzen te sluiten. Dat kan niet langer duren en is onhoudbaar.

Het is een moeilijke verhouding, maar ik vind dat de internationale hulporganisaties zich niet langer kunnen verschuilen achter de zogenaamde idee van neutraliteit. Omdat het een illusie is. Neutraliteit veronderstelt twee gelijkwaardige partners, en die zijn er niet. Als de ene staat een ander volk uitsluit, bezet en onderdrukt, kan je onmogelijk van twee gelijke partijen spreken. Het is tijd dat ngo’s zich daarover durven uitspreken, en standpunten innemen. Neutraliteit is geen verdienste, solidariteit is dat wel.

Dat klinkt flink, maar levert het ook iets op?

Samia Botmeh: Ja, zeker na de brutale aanval door Israël op Gaza, zijn er dingen aan het veranderen, ook in de ngo-wereld. De beelden van het platgegooide Gaza hebben wat losgemaakt. Een mooi voorbeeld over de kracht van de boycot, en de debatten die dit internationaal oplevert, was de grote controverse rond het concert van Leonard Cohen in Tel Aviv.

Dat werd voor een groot deel gesponsord door een Israëlische bank die rechtstreeks betrokken is bij de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Daarop riep de PACBI op tot een culturele boycot van een concert dat Cohen in Ramallah zou spelen.

Vooral dankzij de internationale steun van Britse academici is dat concert geannuleerd. Cohen, die had besloten tot het opzetten van een hulpfonds met de opbrengst van het Tel Aviv Concert, riep de hulp en het advies in van Amnesty International. Die stapte uiteindelijk, onder druk van de boycot, toch uit de samenwerking. Dat beschouwen wij als een overwinning.

Zijn er buiten Groot-Brittannië nog Europese steunpunten voor uw campagne?

Samia Botmeh: Ik wil niet zo ver gaan dat ik de Britten progressiever noem dan de rest van Europa, het ligt volgens mij aan een andere dynamiek, een betere organisatie van het middenveld. Na operatie Cast Lead, [in Gaza] gingen Britse studenten meteen over tot actie: ze bezetten aula’s en universiteitsgebouwen om te eisen dat hun universiteiten verantwoordelijkheid zouden opnemen en de actie zouden veroordelen.

Het Britse comité voor de Palestijnse universiteiten, BRICUP, heeft een reeks indrukwekkende moties ingediend, en volgt volledig de logicia van de boycot, met het terugtrekken van investeringen, ondanks de dreiging dat ze wettelijk zouden worden vervolgd.

Maar ook in Schotland en Ierland zien we dat vakbonden intekenen voor de BDS (boycot, desinvestering en sanctie, nvdr.). Ook in de Verenigde Staten verzamelen academici zich en trok een universiteit zich terug uit een Israëlisch samenwerkingsverband. En zelfs in Frankrijk en Duitsland verzamelen academici zich om te kijken hoe ze kunnen instappen.

Als Europa de Israëlische landbouwproducten zou boycotten, dan worden Palestijnen daar mee het slachtoffer van, toch?

Samia Botmeh: Het is niet evident, maar de steun om Israëlische goederen te boycotten leeft, ook al snijden de Palestijnen daarmee soms in hun eigen vel. Tot 1997, toen er internationale handelsakkoorden werden herzien, kregen we namelijk toegang tot de rest van de wereld. Israël controleerde onze grenzen volledig, en de import van goederen ging altijd via Israël. We hadden geen andere keuze dan te importeren van de Israëlische markt.

Nu nog zijn de Palestijnen ten dele verstrengeld met die Israëlische producten. Maar die trend is aan het veranderen, en vandaag is er een groeiend draagvlak voor lokale producten of internationale producten. We werken aan een continue sensibiliseringscampagne, maar het gaat vlot: we moeten weinig moeite doen om mensen te overtuigen welk nut en doel de boycotcampagne heeft.

De academische boycot wordt door meer dan 170 Palestijnse ngo’s en vakbonden gedragen en gesteund, uiteraard ook door de vakbond voor het academisch personeel. Dat betekent concreet dat alle Palestijnse universiteiten achter de boycot staan. Dat wil niet zeggen dat elke individuele Palestijn voorstander is, sommige mensen zien het nut niet, vanuit een academisch-pragmatische overweging. De financiële steun voor academische programma’s en projecten vanuit Europa is sterk gebonden aan de voorwaarde om samen te werken met Israëlische universiteiten. Voor Palestijnse academici die mee in die fondsen zitten, is een boycot dus tegen hun broodwinning.

Is het niet beter om bruggen te bouwen tussen Palestijnen en Israëli’s in plaats van ze op te blazen?

Samia Botmeh: Dat is een argument dat de zwarten in Zuid-Afrika ook naar hun hoofd geslingerd kregen. Margaret Thatcher noemde het constructive engagement. Voor haar was samenwerking tussen zwarten en blanken dè weg naar verzoening en dus de manier om een einde te maken aan de apartheid. Dat heeft niets opgeleverd, net zomin als de gezamenlijke inspanningen die wij gedaan hebben.

Tijdens de jaren zeventig en tachtig zijn wij ook partnerschappen aangegaan en hebben we gezamenlijke Palestijns-Israëlische documenten geschreven. Het enige dat daarmee bereikt werd, was het oppoetsen van Israëls imago. Intussen bleef Israël aan een onverminderd tempo doorgaan met zijn expansie- en bezettingspolitiek. Het leverde ons niets op, en de situatie bleef alleen maar verder scheefgroeien.

Toch blijft het aberrant universiteiten te boycotten: zij maken geen deel uit van het Israëlische defensiesysteem.

Samia Botmeh: Dat klopt alleen maar op het eerste gezicht. De Israëlische academische wereld hult zich in stilte, dat is een vorm van medeplichtigheid. De universiteiten hebben nooit de wreedheden van het Israëlische bezettingsbeleid veroordeeld, geen enkele keer. Maar het gaat verder. De Israëlische universiteiten zijn direct en organisch gelinkt aan de structuren van de bezettingstroepen, via de staat Israël.

De wettelijke doctrines, de wapens en militaire uitrustingen zijn ontwikkeld door universiteiten. De strategieën van stadsoorlogen zoals dat gebeurde in de kampen van Jenin en Nabloes werden ontworpen en uitgetekend door universitaire centra. Hetzelfde geldt voor de doctrine die werd gebruikt om het verzet te breken: de unilaterale aanvallen in Libanon in 2006, en de voorbije winter in Gaza.

Het is duidelijk: universiteiten zetten zich actief in ten voordele van de machinerie van de onderdrukking.

Maken universiteiten zich ook rechtstreeks als instituten schuldig aan schendingen van het internationaal recht?

Samia Botmeh: Ja. Iedereen kent de problematiek van de ultranationalistische en fundamentalistische kolonisten die Palestijnen uit hun huizen ontzetten in Oost-Jeruzalem: Silwan, Ras Al-Amud, Sheikh Jarrah… Ook universiteiten maken zich schuldig aan landconfiscatie. De Hebreeuwse universiteit begon in oktober 2004 met de bouw van studentenhuizen en bureaus op Palestijnse grond, die behoort tot de inwoners van het vernietigde dorp Lifta, en ook onlangs nog werden nieuwe expansieplannen op Palestijnse grond bekend via de media.

Er zijn natuurlijk ook de universiteiten, zoals de Ariel Universiteit, die in bezet gebied gelegen zijn. Overigens, daar zijn enkel joodse internationale studenten toegelaten. Bar Ilan Universiteit richtte een college op in de Bezette Gebieden. En ook de universiteit van Tel Aviv heeft uitbreidingsplannen op geconfisceerd Palestijns land.

Die dingen gebeuren vandaag, ik heb het niet over twintig of zestig jaar geleden. Israëlische universiteiten zijn dus helemaal verbonden aan dat apartheidsproces.

Maar de culturele sector, die is toch kritisch en autonoom?

Samia Botmeh: Zeker na de oorlog in Gaza heeft Israël culturele actoren ingezet in een witwascampagne, een brede PR-campagne om zijn blazoen weer op te poetsen, onder meer door culturele ambassadeurs af te vaardigen. Klassieke musici, fijnzinnige dans- en theatergezelschappen, worden gesponsord door de staat, en moeten het beeld bijstellen van de Israëlische agressor. Het idee is dat mensen vergeten wat ze op tv gezien hebben: de bombardementen, het gebruik van internationaal verboden wapens in dichtbevolkte wijken, de moordaanslagen, de aanhoudende wurggreep op Gaza. Israël wil tonen dat het ook een kunstminnende, fijngevoelige taal spreekt.

Dat is toch ook waar.

Samia Botmeh: Kijk, het is simpel: wie een duidelijke financiële of administratieve band heeft met de staat, kan voorwerp zijn van een boycot. Als een kunstenaar rechtstreekse banden heeft en geld krijgt van de regering, dan valt zijn product of creatie onder een internationale boycot. Dat geldt overigens evengoed voor de Palestijnse kunstenaars of Palestijnse culturele instellingen die een band hebben met de Israëlische staat. Dit gaat om het principe en om consequentie. We zijn niet geïnteresseerd in de etnie, de identiteit of de religie van iemand, wat telt is de link met een racistische institutie. Onafhankelijke individuen, die geen aantoonbare link hebben met Israël, zijn dus niet te  boycotten.

Israëlische culturele en academische actoren die zich effectief verzetten tegen de daden van hun regering gaan dus vrijuit?

Samia Botmeh: Er zijn, zij het niet veel, Israëlische academici, die pal achter de boycot staan. We voeren uiteraard geen actie tegen deze individuele stemmen. Onze academische boycot is gericht op het institutionele, niet op het individuele vlak. Als de Gentse universiteit een gezamenlijke conferentie organiseert met de universiteit van Tel Aviv, dan is dit een “boycotbare” conferentie.

Een boycot is niet van toepassing als Gent een conferentie organiseert en academici van Ben Goerion Universiteit toestaat op zijn deelnemerslijst. En daarom juist gaat het tegenargument niet op dat deze boycotcampagne de vrijheid van spreken bedreigt.

Hoe wordt de boycot onthaald door de Israëlische publieke opinie?

Samia Botmeh: Eigenlijk heeft onze boycot een onverhoopt gunstig effect op de gemiddelde Israëli, iets waar we zelf niet op durfden hopen. Het gegeven dat de internationale gemeenschap Israël steeds meer op de vingers tikt, bereikt ook stilaan de meer rechts georiënteerde actoren.

Er zijn rechtse liberale stemmen die zien dat Israël als bezetter ook plichten heeft. Zij stellen de bezetting daarom niet in vraag, maar wel de effecten van het schenden van de rechtsregels. Zij zien in dat ook een bezettende macht de mensenrechten en de internationale rechtsregels moet respecteren.

Bron: Mo

Tags: ,

Comments are closed.