Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

De Israëlische misdaden tegen de Palestijnen in Gaza

Rolf Verleger
(lid van het directorium van de Joodse Centrale Raad in Duitsland)

George W.Bush, president van de verenigde Staten tot begin 2009, beweerde met zijn toenmalige minister van buitenlandse zaken Colin Powell, dat Irak massavernietigingswapens bezat, een bedreiging was voor zijn onmiddellijke omgeving en een gevaar voor de wereldvrede. Verder beweerden ze dat Irak banden had met Al-Qaida. Daarom zagen ze het als hun plicht om een oorlog te beginnen. Later verkondigde Colin Powell, dat het hem speet dergelijke leugen te hebben verkondigd.

De onwaarheid van deze bewering stond als een paal boven water, desondanks waren er politici en journalisten die deze leugen maar al te graag napraatten en als waarheid verkondigden.

Ook de Israëlische oorlog van december 2008 begon met een grove leugen.

Premier Olmert, de minister van Buitenlandse zaken Livni en de Defensie minister Barak, beweerden dat de raketbeschietingen van Israëlische woongebieden vanuit de Gazastrook onverdraaglijk zijn en dat het niet anders te stoppen is dan met een massief militair ingrijpen.

De onwaarheid van deze bewering is evenzo duidelijk als de leugen van George W. Bush. Opnieuw zijn er genoeg politici en journalisten die deze leugen met alle ijver napraten en verkondigen. Tot op de dag van vandaag is er nog geen enkele onder hen die verklaarde dat het hem spijt.

Hier zijn de getallen over de raketinslagen op Israëlisch territorium voor 2008. De bron van deze getallen kan nagelezen op de website van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse zaken ( www.mfa.gov.il) stand van 14 januari 2009. Het x teken in de tabel van 2008 is voor de maand juni, daar op 19 juni een akkoord inging. Het teken y geeft het juiste aantal van de raketinslagen op Israëlisch grondgebied. Het aantal van de ingeslagen raketten was voor de tijdspanne van 19 juni tot 31 oktober praktisch nul.

 Kan men dan werkelijk beweren: dat de Israëlische oorlog een reactie is op de aanhoudende raketbeschietingen vanwege Hamas op Israëlische steden en dorpen? Toch kennelijk niet in de periode van 19 juni tot 31 oktober? Wanneer er gedurende 4 maanden geen raketten werden afgeschoten, waarom was het niet meer mogelijk sinds november? Zijn het aantal afgeschoten raketten vanaf november werkelijk het gevolg van de eenzijdige beslissing van Hamas om het wapenbestand op te zeggen?

Een deskundige verklaring voor deze ontwikkeling gaf de gewezen Amerikaanse president Jimmy Carter in zijn artikel ” An Unnecessary War” ( Washington Post van 8.01.2009): “Ik weet uit persoonlijk betrokkenheid, dat de Israëlische invasie in Gaza gemakkelijk kon vermeden worden”.

Na een bezoek aan Siderot in april ll., waren mijn echtgenote Roslalynn en ik sterk onder de indruk van de eerste psychologische schade van de ingeslagen raketten in het gebied. We verklaarden dat deze raketbeschietingen een onvergefelijke daad van terrorisme waren. Hoewel er maar weinig slachtoffers waren ( drie doden in zeven jaar) was de stad door de onvoorspelbare explosies getraumatiseerd. Ongeveer 300 inwoners zijn naar andere plaatsen verhuisd, de straten en speelpleinen waren praktisch leeg. De burgemeester Eli Mayal ontmoette ons samen met enkele inwoners in zijn kantoor en bekloeg er zich over dat de Israëlische regering geen eind maakte aan de raketbeschieting, hetzij door diplomatieke of door militaire maatregelen.

Daar we wisten dat we weldra de Hamasleiders uit Gaza zouden zien in Damascus, beloofden dat we het probleem voor een wapenbestand zouden ter sprake brengen. Door de Egyptische chef van de inlichtingendienst Omar Suleiman, die bemiddelde bij de onderhandelingen tussen Hamas en Israël, kwamen we te weten dat er tussen beide kampen een fundamenteel meningsverschil was. Hamas wilde een omvangrijk wapenbestand, zowel voor de Westbank als voor Gaza. Israël weigerde en wilde alleen over Gaza discussiëren.

We weten dat de 1,5 miljoen inwoners van Gaza uitgehongerd worden, dat de speciale VN verslaggever het recht op voedsel in zijn rapport beklemtoonde, dat de acute ondervoeding in Gaza op het zelfde niveau gezakt is als in de armste landen van Afrika. Meer dan de helft van Palestijnse families hebben slechts een maaltijd per dag.

De Palestijnse leiders uit Gaza bleven in alle inhoudelijke problemen vrijblijvend, voor hen waren de raketten de enige weg om op de gevangenis situatie te reageren en om hun noodsituatie op de bühne te plaatsen. De Hamas-leiding in Damascus was nochtans bereid om een wapenbestand alleen voor Gaza te overwegen, vooropstellend dat Israël niet zou aanvallen en de levering van de normale humanitaire hulpgoederen voor de Palestijnse burger zou toelaten.

Na ruggenspraak met de Hamas-leiding in Gaza, stemde ook zij in dat ze ieder vredesbestand zouden aanvaarden dat tussen Israël en Mahmoud Abbas, die  naast de leiding over de Palestijnse Autoriteit, ook voorzitter is van Fatah – onderhandeld werd en dat door een meerderheid van de Palestijnen in een een referendum of door een verkozen eenheidsregering zou goedgekeurd worden.

Aangezien wij alleen maar waarnemers waren en geen onderhandelaars, hebben we deze informatie doorgegeven aan Egypte dat bij de onderhandelingen betrokken is. Na een maand informeerde de Egyptenaren en Hamas ons dat alle raketbeschietingen op 19 juni zouden ophouden voor een tijdsduur van zes maanden en dat de humanitaire leveringen op het normale peil van 2005 ( ongeveer 700 vrachtwagen per dag) zouden gebracht worden. Het was voor ons onmogelijk, om hierover vanuit Jeruzalem een bevestiging te krijgen, wegen de halsstarrigheid van Israël om toe te geven met Hamas in onderhandelingen te treden. Maar de raketbeschieting hield op en er was een toename van levering van voedsel, water, geneesmiddelen en brandstof. Nochtans was het resultaat van de toename aan leveringen in doorsnee nog altijd maar 20 procent van het normale niveau.

Het broze wapenbestand werd gedeeltelijk verbroken op 4 november, als Israël een militaire operatie tegen Gaza op gang bracht om een verdedigingstunnel uit te schakelen, die Hamas aangelegd had onder de muur die rond Gaza gebouwd wordt.

Bij een ander bezoek aan Syrië, midden december 2008 wilde ik een verlenging van het bestand bereiken, aangezien het zijn einde naderde. Het was volledig duidelijk dat het allerbelangrijkste probleem het openen van de grensovergangen naar Gaza was. Vertegenwoordigers van het Carter-centrum bezochten Jeruzalem, ontmoetten Israëlische officiële vertegenwoordigers en vroegen in ruil voor het einde van de raketbeschieting dat men de overgangen open laat. Informeel hierop stelde de Israëlische regering de levering van 15 procent van de normale aanvoer voor, als Hamas als eerste het afvuren van raketten voor 48 uur zou staken. Dit was voor Hamas onaanvaardbaar en de vijandelijkheden braken uit.

Kan men dit als een eenzijdige opzegging van het wapenbestand door Hamas noemen?

Hoe kan men dit met het oog de bovenvermelde feiten, met het oog over het raketbeschietingen in 2008, met oog op de chronische uithongering van Gaza, beweren dat de schuld bij de raketbeschietingen bij Hamas ligt? Hoe kunnen politici van iedere kleurschakering en mediamensen focussen op de vraag: “Heeft een staat het recht zijn burgers voor raketbeschieting te beschermen?” Maar gelijktijdig bewust of onbewust de vraag die er aan vast hangt negeren of niet stellen: “Heeft een staat het recht om een bevolking sinds jaren uit te hongeren?”.

Amnesty International schreef in zijn jaarrapport van 2006 over Israël en de bezette gebieden onder het hoofdstuk ‘oorlogsmisdaden’: “De buitensporige en willekeurige beperkingen, die het Israëlische leger instelt tegen goederen en personenverkeer naar en uit de Gazastrook, is een collectieve bestraffing van de ganse bevolking. Dit is een overtreding tegen de vierde conventie van Genève, die de bestraffing van personen verbiedt voor een misdaad die ze niet begaan hebben.”

De rol van de media

Zoals bij George Bush, zijn er ook voor onze politici twee mogelijkheden. Ofwel zeggen ze bewust de onwaarheid, ofwel kennen ze de feiten niet. Als ze de eenvoudige en voor iedereen toegankelijke feiten niet kennen, dan eigenen ze zich een competentie toe over zaken waarvan ze in wezen niks afweten.

De hulp van de media bij de verdraaiing van de realiteit heeft de laatste drie jaren geleid tot de journalistieke smurrie die we dagelijks opgediend krijgen.

Een bijzondere grote verdraaiing van de waarheid was het bericht dat de Gazastrook sinds de machtsovername van Hamas afgesloten was. Ik heb meermaals artikels gelezen, waarin klaar en duidelijk gesteld of de indruk verwekt werd, dat een fanatieke fundamentalistische sekte Hamas genaamd, de bevolking in de Gazastrook opgesloten had. Op een elegante wijze wordt het slachtoffer tot dader gemaakt. Maar in werkelijkheid is het centrale politiek streven van Hamas erop gericht om de opening van de grensovergangen te bereiken. Dat bevestigde Jimmy Carter in zijn bovenvermeld bericht. Dit geeft ook het Israëlische ministerie van Buitenlandse zaken toe op zijn website (www.mfa.gov.il). Daar kan men beschuldigende uitlatingen tegen Hamas-leiders nalezen die hopen dat vredelievende massademonstraties Israël tot het openen van de grensovergangen zouden dwingen.

Geliefd is ook de volgende formulering ‘sinds de gewelddadige machtsovername van Hamas in 2007’. Waardoor de indruk verwekt wordt dat Hamas niet door verkiezingen gelegitimeerd zou zijn. Hamas won de democratische verkiezingen waardoor ze de leiding van de Autonomie-overheid zowel in Gaza als op de Westoever overnam. Israël reageerde hierop met een totale blokkade van de Gazastrook, stopte ministers en parlementairen van Hamas in de gevangenis en doodde in 2006 met luchtaanvallen op de Gazastrook honderden burgers. De VS leverden met de steun van een deel van de in de verkiezingen verslagen Fatah en Israël de nodige wapens, geld en logistiek aan de warlord Mohammed Dahlan om met een putsch de rechtmatig verkozen regering te verdrijven (uitvoerig gedocumenteerd in het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair van april 2008). Hamas verhinderde deze machtsgreep in 2007 door een tegenputsch en regeert sindsdien met een soort noodregime in de plaats van de wetmatige regering.

Het is vanzelfsprekend dat geen enkel artikel in onze media nalaat wanneer ze over Hamas spreekt te beklemtonen dat Hamas een extremistische of radicaal islamitische organisatie is. Zo wordt voortdurend de indruk verwekt dat Hamas naast haar religieuze instelling, die men kan afkeuren of niet, niet het welzijn van de Palestijnse bevolking voor ogen heeft.

Een klein voorbeeld  toont hoe discussies over deze zaak gevoerd, of beter gezegd niet gevoerd wordt. De praatshow van de Duitse ARD zending “Anne Will” had voor 11.01.09, een discussie gesprek geprogrammeerd over Gaza met Daniel Barenbohim (Israëlische concertleider, die zich sinds jaren uitspreekt tegen de impasse politiek van Israël), Jozef Fischer (ex minister van Buitenlandse zaken van de BRD en voorstander van de Gaza oorlog in een interview met Zeit-Online 7.01.09), Avi Primor ( gewezen ambassadeur van Israël in Duitsland en voorstander van een vreedzame regeling ), mevrouw Sumaya Farhat-Naser ( docente aan de Palestijnse Bir-Zeit universiteit en schrijfster van boeken over het Palestijns-Israëlische conflict). Het vliegticket voor mevrouw Farhat was al betaald, maar plotseling werd de uitzending vier dagen voor de geplande termijn afgezegd in de plaats zond men een discussie uit over het thema zelfdoding.

Stap op

Het irriterende aan de Israëlische aanval op Gaza is onder andere dat het gelijkt op een pogrom.

Er wordt veel geraden naar de strategische doelstelling bij deze oorlog. Rationeel schijnt dat alles niet te zijn. Zo is het dan ook. Een pogrom is irrationeel. Het motief van een pogrom is pure haat. Een progrom heeft een duidelijke uitspraak voor de overlevende slachtoffers: “We willen jullie hier niet, stap op!”. Zo was het in Kischinjow 1903 en 1905, in Berlijn in 1938, in Kielce 1946 en zo is het nu in Gaza 2009.

In het Westen onderschat men met welke haat in Israël over de Palestijnen gesproken wordt. Over Nakba, de verdrijving en onteigening van de Palestijnen vanaf 1947, wordt in Israël systematisch niet gesproken, kortom het wordt verzwegen en gebagatelliseerd. Zo begrijpen de meeste Israëli’s niet wat de Palestijnen tegen hen hebben: “We geven hen stroom en water en zij beschieten ons”. Een Israëlische psychologie professor, die ik al vele jaren ken en eerder links georiënteerd is en sceptisch tegenover de militaire macht, zegde me in september 2008 dat hij zijn buik vol heeft van de Palestijnen. Wanneer er een mogelijkheid voorhanden zou zijn om Israël vrede en rust te gevendoor tien mijl rond de landsgrens van Israël een zone van verbrande aarde en alles wat leeft moet verbannen worden, dan moet Israël dat doen.

“Rot op! Dat Egypte zich om hen bekommt! Ga toch naar daar! Het is ons gelijk, of jullie leven of creperen!” Dat is de boodschap voor Gaza. En het wordt zo voorgesteld alsof de Palestijnen als vreemdelingen leven in deze overbevolkte landstrook om de vredelievende inwoners van Israël het leven moeilijk te maken.

Het zijn echter geen vreemdelingen, de meerderheid zijn nakomelingen van de vroegere bewoners van het huidige Israël: vluchtelingen en verjaagden bij de oprichting van de staat Israël. Zoals Beni Ziper, redacteur bij de krant Haaretz, in zijn blog schrijft kan men in het historisch museum van de stad Ashkelon ( dat tot in 148 een moskee was) zien hoe men in 1953 de Arabieren deporteerde, die in 1948 nog in de stad gebleven waren. “Ik denk”, schrijft Ziper over de vriendelijke museum suppoost van het museum, die hem graag alles toont: “Dat deze man geen verband maakt tussen de feiten, met nmae de Kassam raketten op Askhelon en het feit dat vijftig jaar geleden arme Palestijnen die niemand iets misdaan hadden op vrachtwagens geladen en uit de stad verdreven werden richting Gaza. Sindsdien zijn zij ginder en Ashkelon is hier. Dat alles gebeurde niet tijdens oorlogen of tijdens gevechten, maar uit pure koele berekening dat men Ashkelon etnisch moest saneren. Er is het museum een beeld dat Palestijnen toont zittend voor het gebouw van de militaire administratie, wachtend op hun uitdrijvingstransport.

Blijkbaar is Gaza nog niet ver genoeg weg. De Palestijnen moeten helemaal verdwijnen, dat is de irrationele gedachte die misschien de basis vormt voor de Israëlische politiek, maar een grote instemming bij de Israëlische kiezers kan vinden en bijgevolg kiezersstemmen belooft voor de oorlogsorganisatoren.

Bespotte slachtoffers

Het pogrom wordt gemotiveerd door de bewering dat Hamas een terroristische organisatie is, die men eens en voor altijd een lesje moet leren. De aanval op Gaza heeft aldus tot doel om deze terreurorganisatie ten val te brengen. Maar Hamas is veel meer dan een organisatie die raketten afschiet. Hamas is een religieus getinte partij, onderhoud sociale en caritatieve organisaties en heeft een politieke vertegenwoordiging die bij verkiezingen de meerderheid behaalde. Indien Hamas een terreurorganisatie is die met primitieve raketten, waarvan de meeste op de velden neerkomen, die in laatste tien ongeveer 10 mensen het leven heeft gekost, wat is dan de Israëlische regering die alleen al in januari 2009 meer dan 1.300 mensen heeft laten ombrengen? Kan de oorlog tegen het terrorisme iedere waanzinnige daad rechtvaardigen? Waarom is lid-zijn van Hames een misdaad die met de dood moet bestraft worden?

Hamas functionarissen kunnen doen wat ze willen, men mag ze klaarblijkelijk steeds doden. De dodelijke voltreffer op het woonhuis van de Hamas functionaris Nisar Rayan op Nieuwjaar werd feestelijk bejubeld. Hij was zo onbeschaamd zich niet te verstoppen. Hij was eenvoudig in zijn huis met zijn groot gezin gebleven (de pers bericht met veel genoegen dat hij meerdere vrouwen had, dat is natuurlijk een zonde). Misschien was hij wanhopig zoals de vos in de val, dat hij nietmeer kon denken. Misschien vertrouwde hij erop dat Israël als een beschaafde natie het volkenrecht zou respecteren. Misschien maakte hij zich geen illusie en wachtte op de dood in waardigheid.

Wanneer ik lees hoe een Hamas functionaris na zijn dood nog bespot wordt, dat hij toch wel een eerloos man moet zijn zich niet te verstoppen, dan kan ik niet anders dan te denken aan de cynische bemerkingen van de nazi’s, waarmede ze hun slachtoffers over dood heen nog door het slijk haalden.

Amnesty International schreef al in hun jaarrapport van 2006: “In plaats van de gezochte Palestijnen aan te houden en strafrechtelijk te vervolgen, verkiest de Israëlische regering sinds geruime tijd de strategie van de extra illegale terechtstelling van burgers. Waar bij de overvallen steeds meer niet betrokken burgers als gewapende strijders om het leven komen. Dit wordt door de Israëlische regering als gerichte aanvallen goedgepraat.”

De Israëlische regering en het leger weten dat ze inbreuk plegen op de regels van oorlogsvoering. Daarom wille ze geen getuigen. Journalisten werden tijdens deze oorlog in Gaza op het terrein niet toegelaten, ondanks de uitspraak van het Israëlische Hoog Gerechtshof. Dat is niet de eerste gerechtsbeslissing die door de Israëlische regering eenvoudig geïgnoreerd wordt.

De door Israël begane oorlogsmisdaden in deze oorlog vormen een nieuwe decennialange belasting voor het Midden-Oosten.

Vertaald en bewerkt: Antoine Uytterhaeghe

·         Rolf Verleger is professor in de psychologie aan de universiteit van Lübbeck – Hij is lid van het directorium van de Joodse Centrale Raad in Duitsland.
·         Auteur van het boek ”  Eine Judische Sicht” Verlag PapyRossa – Koln 2009

Tags: , ,

Comments are closed.