Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Archive for november, 2008

De laatste dagen (verslag 6)

De laatste dagen gebruik ik om organisaties te bezoeken die geen rechtstreekse partners zijn van Fos, maar die belangrijke spelers zijn op het gebied van arbeidsrechten.

KavlaOved is een Israëlische NGO die opkomt voor de rechten van achtergestelde arbeiders tewerkgesteld in Israël of binnen Israëlische zones op Palestijns grondgebied.  Deze achtergestelde arbeiders zijn Palestijnen en migranten die goedkoop en vaak ook zonder sociale bescherming tewerk worden gesteld.

Tijdens de eerste periode van de Israëlische bezetting (1967-1987) werd de Palestijnse economie volledig ingekapseld binnen de Israëlische economie.  Meer dan 1/3de van de Palestijnse arbeiders werkte voor een Israëlische werkgever.  Na de eerste Intifada (1987-1991) begon Israël echter haar grenzen af te sluiten voor Palestijnen.  Hun werkplaatsen werden ingenomen door Aziatische migranten, die bij de Israëlische werkgevers nog steeds de voorkeur genieten boven Palestijnen.
Sinds de 2de Intifada in 2000 zijn de grenzen volledig gesloten, met de Muur als kers op de taart die elke bewegingsvrijheid van Palestijnse arbeiders onmogelijk maakt.  Het aantal Palestijnen die legaal in Israël kan werken daalde van 130.000 naar 20.000 werkers.  De Palestijnse economie was/is niet in staat om deze toevloed op te vangen, met als gevolg dat werkloosheid en armoede hoge cijfers halen. 

Veel Israëlische industriële zones bevinden zich ook op Palestijns grondgebied, net zoals haar kolonies.  Zij werken in de meeste gevallen niet alleen vervuilend, zij stellen ook dat ze niet onder de Israëlische arbeiderswet vallen aangezien ze op Palestijns grondgebied liggen.
KavlaOved bond de strijd aan en won een belangrijke rechtzaak, waarin geoordeeld werd dat de Israëlische wetten evenzeer gelden voor deze Israëlische werkgevers en hun arbeiders.  Een rechtzaak die een belangrijk precedent schept en arbeiders in staat stelt om hun rechten op te eisen.

Zowel Sawt el-Amel (stem van de arbeider) als het Workers Advice Centre zijn dan weer organisaties die opkomen voor de rechten van Palestijnse inwoners van Israël.
15 % van de Israëlische inwoners zijn “Palestinian Arabs”, een totaal van 1,2 miljoen mensen.   Zij hebben officieel een Israëlische ID, maar genieten niet gelijkwaardig van die nationaliteit.  Zo zijn er enorme verschillen in de armoedecijfers: 52% van de Arabische Israëli’s leven onder de armoedegrens, tegenover “slechts” 16% van de Joodse Israëli’s.  Het gemiddelde loon van een Arabische Israëlische man is 63% van het gemiddeld loon van een Joodse Israëli. 
Zowel deze Arabische Israëli’s als de buitenlandse migranten worden niet vertegenwoordigd of verdedigd door de Israëlische vakbond Histadrut, iets wat zowel Sawt el-Amel als WAC aanklagen.

Onderweg naar Sawt el-Amel in Nazareth zit ik op de bus langs een jonge Israëliër.  Hij laat zich niet afschrikken door mijn boek, met een overduidelijke Palestijnse vlag op de cover, en knoopt een gesprek aan.  Eens hij weet wie ik ben, wil hij vooral weten hoe het leven daar is, in Nablus en Ramallah?  Hoe zijn de jongeren daar?  Hij vertelt over zijn legerdienst, over hoe hij wel in de gebieden is geweest om een nederzetting te gaan bewaken, maar dat hij geen idee heeft over het leven van de Palestijnen.  En dat hij er ook niet naartoe kan/durft gaan.  Het gesprek geeft me een zeer dubbel gevoel: de jongen is enerzijds open en wil meer weten, maar anderzijds vervalt hij snel terug in het “veiligheidsmantra” dat het Israëlisch denken beheerst: de muren, checkpoints en bezetting zijn nodig om de veiligheid van Israël te garanderen.  Hij kan de situatie niet veranderen, zegt hij, dat kunnen enkel de politici.  Ik ben het er niet mee eens…

Dan is het tijd om terug naar België te vertrekken.  Een bevriende taxichauffeur brengt me naar de luchthaven en onderweg maken we afspraken: dat we elkaar niet kennen, dat mijn hotel hem gebeld heeft (eigenlijk is hij geregeld door één van de partners), dat ik een gewone toerist ben.  Alvorens bij de luchthaven te kunnen geraken is er immers een checkpoint en als blijkt dat onze verhalen niet overeenstemmen of als blijkt dat ik uit de Palestijnse gebieden kom, kan hij als chauffeur in de problemen komen. 

Maar bij de checkpoint mogen we na 1 blik meteen doorrijden, zonder vragen.  Mijn chauffeur lacht: “You’re lucky!  I hope you will also be lucky inside.”  Binnen in de luchthaven is er immers de echte securitycheck en dan wil ik er geen doekjes om winden.  Ik ben gewoon van plan te vertellen waar ik geweest ben en waarom.  Als kleine vorm van rebellie heb ik me bij het avondeten tegoed gedaan aan grote hoeveelheden look: willen ze veel vervelende vragen stellen, zullen ze veel lookgeur krijgen.

De controle neemt lang in beslag.  Vreemd genoeg wordt er niet dieper ingegaan op mijn stelling dat ik in Nablus en Ramallah heb gezeten, wel wordt er doorgeboomd over mijn reisjes naar Jordanië en Marokko die ze in mijn paspoort terug vinden.  Mijn koffer wordt helemaal uitgepakt en alles apart gescand.  Mijn laptop geeft problemen vanwege wat vuiligheid en wordt ontmanteld.  Ook de zeep die ik van Nablus meebracht ondergaat meerdere controles.  Tenslotte nemen ze me mee naar een apart kamertje waar ik volledig gefouilleerd word, zelfs mijn dreads ontsnappen er niet aan.  Het voelt als een uitgebreide massage, was het niet in deze omstandigheden dan zou ik er nog van genoten hebben.  Na een klein uurtje wordt ik veilig verklaard en mag ik door.

Terug thuis, en meteen ook het einde van mijn verslag. 
Ik wil graag afsluiten met een stukje tekst van Joris Luyendijk, schrijver van een schitterend boek dat me tijdens de avonden op hotel gezelschap hield:

“Hamas is anti-Israëlisch, joodse kolonisten zijn niet anti-Palestijns.  Palestijnen die geweld gebruiken tegen Israëlische burgers zijn terroristen, Israëliërs die geweld gebruiken tegen Palestijnse burgers zijn haviken of hardliners.  Israëlische politici die een geweldloze oplossing zoeken zijn duiven, hun Palestijnse tegenvoeters gematigd – implicerend dat alle Palestijnen fanatiekelingen zijn. 
Zo kan je partijdig zijn, puur door op vergelijkbare zaken bij het ene kamp een ander etiket te plakken dan bij het andere kamp.”

Joris Luyendijck – het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten.

 

vrouwen en jongeren (verslag 5)

Terug in Ramallah heb ik een ontmoeting met PWWSD, 3de en laatste partner van Fos.  PWWSD staat voor Palestinian Working Women Society for Development.  Zij voeren als het ware een dubbele strijd: tegen de Israëlische bezetting die de Palestijnse economie en samenleving ontwricht en tegen de Palestijnse patriarchale structuur die de neiging heeft vrouwen op 2de plaats te zetten als het gaat om werkgelegenheid.

Het programma van Fos richt zich specifiek op vrouwen in 2 sectoren: de kinderopvang en de schoonheidssalons.  Fos ondersteunt het PWWSD om deze vrouwen te bereiken, bewust te maken van hun rechten als arbeidster en te organiseren in een eigen vakbond.

Ik heb geluk, net vandaag zijn de 4 opgerichte regionale comités van vrouwen in de kinderopvang aanwezig om te vergaderen.  Op de agenda: het vastleggen van een conferentie om een eigen, overkoepelende unie op te richten.
Als ik de vraag stel wat ze verwachten van een vakbond, barst het gekwetter los: minimumlonen! Elke vrouw aanwezig heeft haar eigen verhaal: jarenlange ervaring, moeilijke uren en dit allemaal tegen een zeer lage vergoeding. 
Ik hoop dat de organisatie van hun overkoepelende unie sneller gebeurt dan de organisatie om ze allemaal op 1 foto te krijgen…

PWWSD heeft ook een winkel in handgemaakte, geborduurde spulletjes en haar eigen restaurant, waarmee ze werkgelegenheid willen bieden aan vrouwen en tegelijkertijd wat geld in het laatje proberen te brengen.  Er wordt me een zalige maaltijd aangeboden.
Er volgt nog even een hilarisch moment als ze mij een cadeau overhandigen: een mooie tas met het logo van PWWSD erop.  Ik ben er blij mee en bewonder de tas, waarna ze me erop wijzen dat het echte cadeau in de tas zit… Een nog mooiere, geborduurde tas. 

Daarna haast ik me naar een workshop die vandaag wordt georganiseerd door de federatie van onafhankelijke vakbonden.  Het onderwerp: het uitwerken van een voorstel voor een pensioenfonds voor de private sector.  Carine, mijn vertaalster, gaat zo op in de discussie dat ze stukken vergeet te vertalen, maar zelfs al ben ik niet helemaal mee in de discussiepunten, de gedrevenheid van de betrokkenen wekt ook mijn enthousiasme.

’s Avonds heb ik afgesproken met Jessika, een Belgische die ondertussen in Ramallah woont.  Samen met haar man staat zij achter het idee van de Palestijnse Circusschool.  Hun idee klinkt misschien even vreemd dan dat het bewonderenswaardig is: doorheen het opstarten van  circusscholen kinderen en jongeren een vorm van expressie en hoop geven die ze in de harde realiteit vaak ontberen.  In het voorjaar van 2008 zijn ze met hun voorstelling “circus behind the wall” naar België gekomen en hopelijk komen ze nog eens terug, zeker de moeite om bezig te zien! (zie ook www.palcircus.ps voor meer info).

You are currently browsing the Palestina blog archives for november, 2008.