Palestina

Nieuws uit en over Palestina

Palestina

Archive for september, 2008

Interview met Omar Barghouti over Boycot Israël

`Israël discrimineert de Palestijnen`

 

Omar Barghouti is een van de drijvende krachten achter de BDS-Campagne die zionistisch Israël viseert. BDS staat voor Boycot, Divestment en Sanctions. Met enkele mensen promoot hij ook  nog de culturele en academische boycot. Boycot klinkt agressief en roept ook in progressieve kringen gemengde gevoelens op. Voor Barghouti gaat het om dezelfde vorm van geweldloze strijd als tegen de Zuid-Afrikaanse Apartheid. We hadden een gesprek met hem

 

“Tijdens de VN-Conferentie tegen racisme in Durban (2001) was er binnen het parallelle NGO-forum veel steun voor een campagne die Israël zou behandelen als een Apartheidsstaat. Hier en daar ondernamen artiesten en academici enkele pogingen, maar die verliepen eerder op individuele basis. Het eerste institutionele initiatief kwam er met PACBI (Palestinian Campaign for the Academic and Cultural boycott of Israel). In Groot-Brittannië besloot de grootste lerarenvakbond tot een academische boycot van Israël. Maar al na 42 dagen werd deze alweer afgeblazen. Waarom? De reacties van de pro-Israël-lobby waren ongemeen heftig. Er werden voor miljoenen dollar zware claims ingediend omwille van overtredingen tegen de wet op racisme. Toen ook het Amerikaanse Congres er zich mee ging moeien werkte dat zeer intimiderend. De vakbond bond in. Toen deze fusioneerde met een kleinere zusterorganisatie kwam de boycot opnieuw ter sprake. Ditmaal koos men voor voorzichtige bewoordingen. Er was sprake van een morele plicht om de samenwerking met Israël te herzien. Het woordje boycot mag dan geschrapt zijn, de boodschap bleef dezelfde. Ook elders kreeg het idee van een boycot wind in de zeilen. In Zuid-Afrika spraken de vakbond Cosatu, kerken en leiders van het ANC hun steun uit. Een groep met internationale schrijvers, artiesten en intellectuelen volgde, onder zie John Berger, Ken Loach, jean Luc Godard. In België brak het Ballet C de la B als een van de eerste het ijs.”

 

Hoe ziet zo’n boycot er uit?

“Vooreerst vragen we een boycot op institutioneel en niet op individueel niveau. Instellingen en organisaties zien we als ‘partners in crime’, zij dragen een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Verder koppelen we de boycot aan drie vormen van onderdrukking. Ten eerste de bezetting en annexatie van Palestijns land. Het internationaal recht stelt dat de inbeslagname van huizen en het doelbewust vernietigen ervan een oorlogsmisdaad is. Wij vinden het hoogtijd om daar tegen op te trede. Ten tweede houdt Israël een systeem van raciale discriminatie tegen de Palestijnen in stand. Ik praat dan nog niet over de inwoners van de bezette gebieden maar over de Palestijnse staatsburgers met een Israëlische paspoort die 20 procent van de bevolking vertegenwoordigen. Israël behandelt hen anders dan de joodse burgers, ook al steekt de discriminatie subtiel in elkaar. Ten derde is er de ontkenning van de vluchtelingenrechten. Ook dat is een vorm van racisme, want Israël, dat zich als een joodse staat definieert, geeft aan elke jood in de wereld het recht op burgerschap terwijl de oorspronkelijke Palestijnse bewoners de toegang tot het land wordt ontzegd.

 

Wat is het einddoel?

“Of we moeten streven naar een één- of twee-statenoplossing, daar spreken we ons niet over uit. Persoonlijk geloof ik in één staat voor alle bevolkingsgroepen. De boycotbeweging stelt die vraag niet, want het is een rechtenbenadering. Een veelvoorkomende vraag is of de boycot in Europa überhaupt wel voet aan wal zal krijgen. Destijds rond Zuid-Afrika duurde het 25 jaar na de eerste oproep vooraleer de boycot werd aanvaard. Nu zien we dat de boycot al na 4 tot 5 jaar ingang lijkt te vinden. Onze boodschap is dan ook een morele boodschap. Het feit dat we duidelijk een rechtenbenadering hanteren maakt het voor Israël moeilijker om een tegenboodschap te formuleren.”

 

Maar toch krijg je gemakkelijk het verwijt antisemitisch te zijn?

“Maar ik weet ook wel dat de beschuldiging van antisemitisme voor Europeanen veel gevoeliger ligt dan voor ons Palestijnen. We hebben hier historisch gezien nooit een echt probleem gehad met antisemitisme, alleen met antizionisme. In Europa zijn veel van de initiatiefnemers trouwens van joodse afkomst. Desondanks weten de zionisten hoe ze druk moeten uitoefenen. In Frankrijk heerst er een absoluut intimiderende sfeer en is er bijna niemand die zich durft uitspreken uit angst om als antisemiet te worden gebrandmerkt. Zo wordt antisemitisme een inhoudloos begrip. Volgens die redenering is iedereen die Israël aanvalt, ook iemand die de joden aanvalt. Die perverse redenering zou je in een omkering antisemitisch moeten noemen, want ze collectiviseert effectief de schuld en de criminaliteit van de bezetting in het joodse volk.”

 

Kan een boycot iets veranderen?

“We moeten nuchter blijven en op lange termijn denken. VN- en mensenrechtenrapporten zijn zeer duidelijk en spreken over mensenrechtenschendingen op grote schaal. De vorige VN-mensenrechtenrapporteur schreef in zijn rapport dat wat Israël in Gaza aan het doen is “handelingen van genocide” zijn. De westerse regeringen lijken er doof voor. De gedocumenteerde misbruiken en de inbreuken op de eigen regels, maken van Europa een ‘partner in crime’. De EU kende onlangs zelfs een ‘upgrade’ toe in de politieke en economische relaties met Israël. Op het officiële niveau is Israël nog steeds aan de winnende hand. Nooit eerder waren de relaties beter. Maar aan de basis kent Israël de slechtste tijden ooit. Verschillende artiesten willen niet meer in Israël spelen en ze zijn doorgaans gemakkelijk te overtuigen. Toen Bono (U2) een concert wilde geven, zeiden we hem: ‘wat? Ga je werkelijk in een land spelen met zo’n brutale bezettingspolitiek?’ Hij luisterde en annuleerde zijn optreden. Uit opiniepeilingen blijkt dat Israël gezien wordt als een van de grootste bedreigingen voor de vrede. Ons geheugen laat ons soms in de steek. Het zijn jullie geweest in Europa die de succesvolle boycotcampagne tegen de Apartheid in Zuid-Afrika zijn gestart. Het was een vanzelfsprekendheid dat muzikanten geen optredens gaven in Sun city. Israël is een vergelijkbaar geval.”

 

Opgetekend door Ludo De Brabander

Meer info over de campagnes:

http://www.pacbi.org

http://www.bds-palestine.net

Bil’in en Nil’in. De hardnekkige strijd tegen de muur

Terugkeren naar de Palestijnse Gebieden is altijd opnieuw schrikken. De ijver en het tempo waarmee de bezetter het landschap verandert is hallucinant. Eenvoudige controleposten zijn op strategisch belangrijke plaatsen omgeturnd tot grote moderne douaneterminals. De bezettingsinfrastructuur oogt alsmaar professioneler, vernuftiger en uitgekiender. In Jeruzalem snijdt de ‘snaking wall’ straten doormidden alsof hij heeft beslist om van overburen onbereikbare vreemdelingen te maken. Het betonnen gevaarte is op sommige plaatsen gewoon dwars over de weg neergepoot. Er is geen houden aan. Palestijnse chauffeurs en voetgangers moeten zich voortdurend aanpassen. Elke keer veranderen de regels, is er hier een ‘gate’ gesloten dan is er elders met wat geluk weer één open. Omrijden, files, tijdverlies, frustraties, het is iets waar de slachtoffers aan proberen wennen.

 

Maar er zijn ook de oude triestige zekerheden. Het Israëlische leger is alomtegenwoordig. Hun gedrag tegenover de Palestijnse passanten aan de controleposten blijft onveranderd brutaal, vernederend en willekeurig. Zij interpreteren de regels van dit machtsspel naar eigen goeddunken. Kom je er niet door, dan is dat zo, ook al is er daarvoor geen enkele reden te bedenken.

 

Het is de tweede vrijdag van de Ramadan. Een belangrijke dag. Voor één keer mogen de Palestijnse moslims ouder dan 45 jaar met hun Westbank-ID’s naar Jeruzalem voor een bezoek aan de Al-Akhsa Moskee. Dat zorgt voor een immense chaos in Khalandya, de grote controlepost tussen Jeruzalem en Ramallah. De rij wachtende mensen, auto’s, bussen, taxi’s lijkt de Israëlische soldaten niet tot spoed aan te manen. Nadien krijgen we te horen dat heel wat mensen die soms al van 2 uur s ochtends onderweg zijn en het hele traject van controleposten op de Westelijke Jordaanoever hebben doorlopen alsnog de toegang tot Jeruzalem wordt ontzegd.

 

Bil’in

We zijn op weg naar Bil’in en Nil’in. Bil’in is een klein dorpje van 1700 inwoners noordwest van Ramallah. Al 4 jaar vechten de dorpelingen voor hun overleven. Nagenoeg 60 procent van de dorpsgrond is verloren gegaan door de bouw van de muur. In de buurt ligt een cluster van Israëlische kolonies. Op de onteigende grond wordt een nieuwe kolonie gebouwd. “Toen op 20 februari 2005 de bulldozers de werken aanvatten, voerden we onmiddellijk actie. De eerste maanden was dat dagelijks, en later elke vrijdag”, aldus de burgemeester van het dorp die ons hun drama uit de doeken doet. In zijn gezelschap zitten verschillende leden van het volkscomité. “Het verlies van onze grond heeft veel mensen in de werkloosheid geduwd” zo vervolgt de burgemeester. “Elke olijfboom is goed voor 30 liter olijfolie. De Israëli’s zijn nu begonnen met het ontwortelen van de olijfbomen. Het gaat om oude, stevige exemplaren waarvan een aantal nu verplant worden in Israël.” Het volkscomité doet er alles aan om de internationale aandacht te trekken en is bijzonder creatief in het opzetten van de acties die geweldloos verlopen. Die acties zorgen voor veel oponthoud van de werken. Het leger reageert met traangas en kogels, soms zelfs scherpe munitie. Een jaar na het begin van de protestacties, bouwden de dorpelingen op de onteigende grond een klein huisje dat ze ‘outpost’ doopten, net zoals radicale joodse kolonisten dat geregeld doen in Palestijnse gebied. Een oude wet zorgt er voor dat het gebouw alleen na een uitspraak van de rechtbank kan worden afgebroken. Het staat er nog altijd en is ook voortdurend bewoond. De bewaker van dit piepklein gebouw is Ashraf, een jonge kerel die bij zijn volksgenoten zichtbaar veel respect heeft afgedwongen. Hij beklom eens op zijn eentje een grote kraan toen die bezig was om een caravan, een eerdere ‘outpost’, te verwijderen. Ashraf zit in ons gezelschap met zijn Che Guevarra T-shirt, terwijl een fiere dorpsgenoot ons een affiche toont met een foto van de actie. “Jullie hebben toch wel gehoord van de man die na zijn arrestatie tijdens protestacties in het naburige Nil’in, geblinddoekt en geboeid in de voet werd geschoten door een Israëlische soldaat? Hij was overal op de beeldbuis te zien nadat een van de activisten het gebeuren had gefilmd. Wel, de man in het filmpje, dat is onze Ashraf.”

 

Op 4 september 2007 trokken de dorpelingen naar het Israëlische Hooggerechtshof en dongen een vonnis af dat bepaalde dat de muur verder naar het Westen moest worden opgetrokken. De dorpelingen konden een deel van de grond recupereren. “Dat is een nieuwe overwinning, ook al stond er nergens te lezen dat het om onze grond gaat. Op dit ogenblik wachten we nog altijd op de uitvoering van het vonnis. We weten uit eerdere voorbeelden dat de kans reëel is dat het niet zal worden uitgevoerd. Maar we geven niet op, desnoods trekken we opnieuw naar de rechtbank.” Elke jaar organiseert het volkscomité een internationale conferentie. De Palestijnse premier Fayyad zocht hen al drie keer op. “We willen niet alleen bekendheid geven aan onze zaak, maar hopen dat dergelijke geweldloze acties navolging zullen krijgen in de rest van de Palestijnse gebieden.”

 

Nil’in

De protestacties in Bil’in inspireerden alvast de bewoners van het naburige Nil’in vanaf het ogenblik dat ook hun grond eveneens geofferd werd aan de muur. Hier voeren de dorpelingen bijna elke dag protestacties. Wanneer we toekomen hangt er een bijtende geur. Het Israëlisch leger reageert kwistig met het afschieten van traangas. De rookpluimen vullen de lucht met een hevig prikkelende substantie, die onze ogen en longen doen branden. Aan de overkant is er een kleine tegenbetoging van Israëlische kolonisten. Er wordt over en weer geschreeuwd. “Het doet pijn om te zien hoe zij vanop onze grond met Israëlische vlaggen staan te zwaaien”, zegt een van de activisten me. Het lijkt een kat-en-muis-spelletje. Groepjes Palestijnse jongeren staan roepend te zwaaien met hun Palestijnse vlaggen, waarop soldaten reageren met traangas en geluidsbommen. Vervolgens duiken ze elders opnieuw op en zo gaat dat maar voort. De kolonisten worden ongemoeid gelaten. Wat is de zin van dit alles? “Zo lang we de soldaten bezig houden kan er niet gewerkt worden”, zegt Nassif die ons naar het gemeentehuis begeleidt. We ontmoeten er de burgemeester. Hij is lid van Hamas. Boven zijn hoofd hangt het portret van Yasser Arafat en president Abbas. “We zijn allemaal Palestijnen”, zegt de burgemeester. “We moeten samenwerken in onze strijd tegen de Israëlische bezetter”, klinkt het wat sloganesk. Maar uit de voorbeelden die we te horen en te zien krijgen blijkt dat het geen holle slogans zijn. Hij legt ons uit hoe de muur van Nil’in een geïsoleerd en quasi onleefbaar getto dreigt te maken en waar volgens de plannen alleen een tunnel de enige uitweg zal vormen. “Van enkele families is al het land afgepakt. Ze hebben niets meer.” Alle aanwezigen knikken instemmend als de burgemeester zegt dat de internationale media een fout beeld geven van de bezetting. Buiten hangen de portretten van twee jongeren van 11 en van 19 die twee weken geleden het leven lieten tijdens de acties. “Een kind, onvoorstelbaar. Hij was nog maar 11 jaar oud. Hij nam zelfs niet echt deel aan de acties. Hij stond gewoon te kijken met zijn vriendje, zoals jullie dat net deden. Een soldaat schoot hem vanop korte afstand in het hoofd. Het bloed en brokken van zijn hersenen spatten op zijn vriendje. De jongen is getraumatiseerd en houdt er elke dag nachtmerries aan over. We hebben camera’s en waarnemers nodig om het echte verhaal te brengen” De acties lijken de band tussen de bewoners te versterken. “We hopen dat onze leiders weer wakker worden. Met onze acties hier tonen we dat het anders kan en dat de gewone mensen samenwerken over de partijgrenzen heen.” Het dorp doet alle moeite om de jongeren een zinvolle bezigheid te geven. Met de hulp van buitenlandse NGO’s verbouwen ze een oude stenen ruïne om tot een cultureel centrum. Het gaat om een mooi cluster van voormalige huizen rond een binnenplein. Een deel is al af en herbergt een jongerencentrum met internetcafé. “Er komt nog een dispensarium en een centrum waar vrouwen allerlei cursussen kunnen volgen”, aldus een jonge vrijwilliger van het jongerencentrum. “De werken zorgen er tevens voor dat een aantal mensen opnieuw aan de slag kan en dat er wat geld kan worden verdiend.”

 

Buiten bereiden dorpelingen de herdenking voor van de twee jonge slachtoffers. Hun portretten prijken op een groot zeildoek. De afgelopen vijf maanden verwondden Israëlische kogels zes andere mensen. Een van hen is in kritieke toestand. We zijn onder de indruk. Leen die met ons meereist zegt: “Je leest er zoveel over, maar je moet het toch gezien hebben om te voelen hoe hard hun werkelijkheid is.”

 

Ludo De Brabander

Palestina 2008

Vrede vzw is voor het Actieplatform Palestina met een groep van mensen uit de culturele en academische wereld van 11 september tot 19 september in Palestina. Ludo de Brabander en anderen zullen hier – in de mate van het mogelijke – verslag doen van hun reis.

You are currently browsing the Palestina blog archives for september, 2008.